Schriften
Leer en Verbonden 47


Afdeling 47

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 maart 1831 te Kirtland (Ohio). John Whitmer, die reeds als klerk van de profeet had gefungeerd, twijfelde aanvankelijk toen hem werd gevraagd om Oliver Cowdery als kerkhistoricus en -schrijver te vervangen. Hij schreef: ‘Ik wilde het liever niet doen, maar voegde eraan toe dat de wil van de Heer geschiede, en als Hij het wilde, dat ik dan verlangde dat Hij dat aan Joseph de Ziener zou openbaren.’ Nadat Joseph Smith deze openbaring had ontvangen, aanvaardde en vervulde John Whitmer het hem toegewezen ambt.

1–4: John Whitmer aangewezen om de geschiedenis van de kerk bij te houden en te schrijven voor de profeet.

1 Zie, Ik acht het raadzaam dat mijn dienstknecht John een officiële geschiedenis schrijft en bijhoudt en u, mijn dienstknecht Joseph, bijstaat in het vastleggen van alle dingen die u gegeven zullen worden, totdat hij voor andere taken wordt geroepen.

2 En voorwaar, Ik zeg u dat hij ook zijn stem in de vergaderingen kan verheffen wanneer het raadzaam is.

3 En voorts zeg Ik u dat het hem zal worden opgedragen om het verslag en de geschiedenis van de kerk zonder onderbreking bij te houden; want Ik heb Oliver Cowdery tot een ander ambt aangewezen.

4 Daarom zal het hem, mits hij getrouw is, door de Trooster gegeven worden deze dingen te schrijven. Ja, amen.