Schriften
Leer en Verbonden 51


Afdeling 51

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 20 mei 1831 te Thompson (Ohio). In die tijd begonnen de heiligen die uit de oostelijke staten wegtrokken, in Ohio aan te komen, en het werd noodzakelijk definitieve regelingen te treffen voor hun vestiging. Omdat die onderneming bij uitstek tot de taak van de bisschop behoorde, vroeg bisschop Edward Partridge om instructies dienaangaande, waarna de profeet navraag deed bij de Heer.

1–8: Edward Partridge aangewezen om rentmeesterschappen en bezittingen te regelen; 9–12: de heiligen moeten eerlijk handelen en gelijkelijk ontvangen; 13–15: zij moeten een voorraadhuis van de bisschop hebben en bezittingen organiseren volgens de wet van de Heer; 16–20: Ohio zal een tijdelijke vergaderplaats zijn.

1 Luister naar Mij, zegt de Heer, uw God, en Ik zal spreken tot mijn dienstknecht Edward Partridge en hem aanwijzingen geven; want het is nodig dat hij aanwijzingen ontvangt voor het organiseren van dit volk.

2 Want het is nodig dat het volgens mijn wetten georganiseerd wordt; anders zal het afgesneden worden.

3 Welnu, laten mijn dienstknecht Edward Partridge, en zij die hij gekozen heeft, in wie Ik welbehagen heb, dit volk hun deel toewijzen, iedere man gelijkelijk overeenkomstig zijn gezin, overeenkomstig zijn omstandigheden en zijn noden en behoeften.

4 En laat mijn dienstknecht Edward Partridge, wanneer hij een man zijn deel toewijst, hem een schrijven geven dat hem zijn deel zal waarborgen, zodat hij het zal behouden, namelijk dit recht en dit erfdeel in de kerk, totdat hij overtreedt en door de stem van de kerk, volgens de wetten en verbonden van de kerk, niet waardig geacht wordt om tot de kerk te behoren.

5 En als hij overtreedt en niet waardig geacht wordt om tot de kerk te behoren, zal hij niet het recht hebben om dat deel op te eisen dat hij de bisschop toegewijd heeft ten behoeve van de armen en behoeftigen van mijn kerk; daarom zal hij de gave niet behouden, maar alleen aanspraak hebben op dat deel dat hem bij akte overgedragen is.

6 En aldus zullen alle dingen vastgelegd worden, volgens de wetten van het land.

7 En laat hetgeen dit volk toebehoort, toegewezen worden aan dit volk.

8 En inzake het geld dat dit volk rest — laat er een gevolmachtigde voor dit volk aangewezen worden om met dat geld voedsel en kleding te verschaffen naar de behoeften van dit volk.

9 En laat ieder mens eerlijk handelen en gelijk zijn onder dit volk, en gelijkelijk ontvangen, opdat u één zult zijn, zoals Ik u geboden heb.

10 En laat hetgeen dit volk toebehoort, niet weggenomen worden en aan dat van een andere kerkgemeente gegeven worden.

11 Daarom, als een andere kerkgemeente geld van deze kerkgemeente wil ontvangen, laat die dan deze kerkgemeente terugbetalen zoals zij zullen overeenkomen;

12 en dat zal gebeuren door de bisschop of de gevolmachtigde die door de stem van de kerkgemeente zal worden aangewezen.

13 En voorts, laat de bisschop een voorraadhuis voor deze kerkgemeente aanwijzen; en laten alle dingen, zowel geld als voedsel, die de behoeften van dit volk te boven gaan, in handen van de bisschop blijven.

14 En laat hem ook voor zichzelf bewaren, voor zijn eigen behoeften en voor de behoeften van zijn gezin, daar hij bezig zal zijn met het regelen van deze zaken.

15 En aldus verleen Ik dit volk het voorrecht om zich volgens mijn wetten te organiseren.

16 En Ik wijd dit land aan hen voor een korte tijd, totdat Ik, de Heer, op een andere manier voor hen zal zorgen, en hun gebied heen te gaan;

17 en het uur en de dag zijn hun niet gegeven, laten zij daarom doen alsof zij er jarenlang zullen blijven, en dat zal voor hun welzijn blijken te zijn.

18 Zie, dit zal voor mijn dienstknecht Edward Partridge een voorbeeld zijn op andere plaatsen, in alle kerkgemeenten.

19 En wie een trouwe, een rechtvaardige en een verstandige rentmeester wordt bevonden, zal ingaan in de vreugde van zijn Heer en het eeuwige leven beërven.

20 Voorwaar, Ik zeg u: Ik ben Jezus Christus, die spoedig komt, op een uur dat u het niet verwacht. Ja, amen.