Schriften
Geloofsartikelen 1


De geloofsartikelen
van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Hoofdstuk 1

1 Wij geloven in God, de eeuwige Vader, en in zijn Zoon, Jezus Christus, en in de Heilige Geest.

2 Wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding.

3 Wij geloven dat door de verzoening van Christus de gehele mensheid kan worden gered door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie.

4 Wij geloven dat de eerste beginselen en verordeningen van het evangelie zijn: ten eerste, geloof in de Heer Jezus Christus; ten tweede, bekering; ten derde, doop door onderdompeling tot vergeving van zonden; ten vierde, handoplegging voor de gave van de Heilige Geest.

5 Wij geloven dat iemand van Godswege moet worden geroepen, door profetie en door handoplegging van hen die daartoe het gezag bezitten, om het evangelie te prediken en de verordeningen ervan te bedienen.

6 Wij geloven in dezelfde organisatie die in de vroegchristelijke kerk bestond, namelijk: apostelen, profeten, herders, leraars, evangelisten enzovoort.

7 Wij geloven in de gave van talen, profetie, openbaring, visioenen, gezondmaking, uitleg van talen enzovoort.

8 Wij geloven dat de Bijbel het woord van God is, voor zover die juist is vertaald; wij geloven ook dat het Boek van Mormon het woord van God is.

9 Wij geloven alles wat God heeft geopenbaard, alles wat Hij nu openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele grote en belangrijke dingen aangaande het koninkrijk van God zal openbaren.

10 Wij geloven in de letterlijke vergadering van Israël en in de herstelling van de tien stammen; dat Zion (het nieuwe Jeruzalem) op het Amerikaanse continent zal worden gebouwd; dat Christus persoonlijk op aarde zal regeren; en dat de aarde zal worden vernieuwd en haar paradijselijke heerlijkheid zal ontvangen.

11 Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zij willen.

12 Wij geloven onderdanig te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en magistraten, door het gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden van de wet.

13 Wij geloven eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam, en goed te moeten doen aan alle mensen; ja, we mogen zeggen dat we de aansporing van Paulus volgen: wij geloven alles, wij hopen alles, wij hebben veel verdragen en hopen alles te kunnen verdragen. Als er iets deugdzaam, liefelijk, of eerzaam of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na.

Joseph Smith.