Noodsituatiekaarten

  • Jongevrouwen bewerken stof

Doel

Leer hoe u in een noodsituatie moet reageren als iemand gewond is geraakt.

Omschrijving

Organiseer een activiteit waarvoor u iemand met EHBO-ervaring uitnodigt, die u leert wat u bij een noodgeval moet doen en welke eerste hulp u kunt bieden. Leer hoe u moet reageren op specifieke noodgevallen die in uw gebied kunnen plaatsvinden. Stel een lijst op met mogelijke noodgevallen — zoals een auto-ongeluk, een aanval door een dier, een ernstige val of brand — en oefen wat u bij elk noodgeval kunt doen aan eerstehulpverlening. Hier volgen acht stappen die meestal bij noodgevallen worden toegepast en die u tijdens uw activiteit kunt oefenen.

Maak vóór uw activiteit gelamineerde kopieën van die stappen en bewaar die in uw EHBO-doos, zodat u er vertrouwd mee kunt raken en bij een noodgeval kunt raadplegen.

  1. Controleer of de situatie veilig is. Blijf rustig. Neem de leiding en ga na wat er aan de hand is. Stop en bekijk de gehele situatie vóór u handelt. Bescherm uzelf tegen overdraagbare ziektes. Stel uzelf deze vragen: Is er gevaar in het gebied? Hoeveel mensen zijn er gewond? Zijn er anderen die mij kunnen helpen? Hoe kan ik aan de veiligheid van anderen bijdragen? Breng ik mijzelf in gevaar als ik help?
  2. Bel een hulpdienst. Wijs iemand specifiek aan om de hulpdienst te bellen of stuur twee personen om hulp te gaan halen. Als u het zelf bent die het noodgeval meldt, geef dan de nauwkeurigste locatie en routebeschrijving, en verstrek zoveel mogelijk informatie over de verwondingen die de slachtoffers hebben. Wacht op vragen en houd u aan alle instructies van de hulpdiensten. Schrijf de informatie die u van hen ontvangt op.
  3. Benader de plaats van het noodgeval voorzichtig. Houd altijd uw eigen veiligheid voor ogen. Als u anderen wilt helpen, moet u zelf steeds veilig zijn. Wees u bewust van mogelijke gevaar en zorg dat u niet met bloed in aanraking komt.
  4. Behandel eerst de mensen die in levensgevaar verkeren. Behandel onmiddellijk de slachtoffers die in levensgevaar zijn, bv. een slachtoffer dat niet meer ademt, geen hartslag heeft, ernstig bloedt, vergiftigd is of aan het stikken is.
  5. Zorg dat het slachtoffer geen verder letsel oploopt. Schat uw omgeving in. Verplaats het slachtoffer onmiddellijk als hij of zij in acuut gevaar verkeert. Een gewonde verplaatsen kan echter gevaarlijk zijn en de ernst van zijn of haar verwondingen verergeren. Verplaats slachtoffers heel voorzichtig en alleen wanneer het nodig is.
  6. Herken de symptomen dat iemand in shock verkeert en behandel de slachtoffers ertegen. Controleer het slachtoffer op tekenen van shock, bv. een snelle hartslag, verwardheid en onrust, verlaagde bloeddruk en een snelle ademhaling. Een shock is levensbedreigend. Ieder slachtoffer moet direct voor shock behandeld worden, zelfs als u niet onmiddellijk de symptomen herkent. De behandeling van shock omvat meestal dat u ervoor zorgt dat het slachtoffer gaat liggen, de zichtbare verwondingen behandelt en het slachtoffer warm houdt.
  7. Behandel de andere verwondingen. Controleer het slachtoffer op andere verwondingen. Als hij of zij aanspreekbaar is kunt u hem of haar aan laten geven welke delen van het lichaam pijn doen of de beweeglijkheid van armen en benen controleren. Spendeer evenveel aandacht aan hoe goed een slachtoffer reageert als aan wat hij of zij zegt.
  8. Stel een plan op en evalueer dit voortdurend. Controleer elke 5 tot 15 minuten de toestand van het slachtoffer. Let op elke verandering. Contacteer en informeer de hulpdiensten over enige verandering.

In planner opnemen