2007
Leren hopen
Augustus 2007


Leren hopen

Te midden van de gruwelen van een burgeroorlog vond ik hoop in een boek in een plastic zak.

Sierra Leone was in mijn tienerjaren een verdrietige plek, maar het was mijn thuis. Mijn kleine land in het westen van Afrika was een groot deel van mijn leven verscheurd door een burgeroorlog. De oorlog beïnvloedde echt alles. Mijn familie en ik waren voortdurend op de vlucht om aan het opstandelingenleger te ontkomen. Het was elke keer angstaanjagend als ze door een stad trokken. Iemand zag dan hun zaklantaarns naderen in de nacht, waarschuwde de anderen en we renden vervolgens allemaal de rimboe in en grepen onderweg mee wat we konden.

Ongeveer zeven jaar na het begin van de oorlog kwamen de opstandelingen naar onze stad. Mijn hele familie probeerde te vluchten, maar mijn ouders, die slechts enkele stappen achter mij liepen, werden doodgeschoten. Het was erg verdrietig om ze kwijt te raken, maar ik moest door blijven rennen.

Mijn broer, mijn zus en ik zochten een veiliger woonplaats op en dat ging een tijdje goed. Maar uiteindelijk kwamen de opstandelingen daar ook. Dit keer hadden we geen tijd om weg te rennen. Mijn broer werd meegevoerd en werd later gedood. Mijn zus en ik werden buiten met de andere vrouwen in een rij gezet. De opstandelingen kapten ledematen af bij alle vrouwen in de rij. We waren allemaal erg bang. Iedereen was aan het huilen en bidden, zelfs de mensen die nooit eerder in God geloofd hadden. Ik was toen nog geen lid van de kerk, maar ik geloofde in God en bad dat zijn wil zou geschieden en hoopte dat Hij een manier zou vinden om mij te sparen.

Bij mijn lieve zus, die enkele plaatsen vóór mij in de rij stond, werden beide benen afgekapt. Maar toen de opstandelingen bij de vrouw kwamen die voor mij stond, kwam ons leger aanstormen en renden de opstandelingen weg. Ik weet dat ik niet beter was dan de mensen die voor of achter mij in de rij stonden, maar ik dankte God dat ik gespaard was en bad dat ik zijn plan voor mij mocht begrijpen.

Ik verhuisde naar een ander dorp en ging bij een vriendin wonen. Toen ik mijn vriendin en enkele van haar buren mijn verhaal vertelde, zei een van de buren: ‘Mariama, het enige wat we je kunnen bieden, is een uitnodiging om morgen mee naar de kerk te gaan. Daar vinden wij veiligheid. Daar vinden wij hoop.’ Ik had God al lief, maar had nog troost nodig, dus besloot ik mee te gaan.

Mijn eerste zondag in die gemeente van de kerk was een dag die ik nooit zal vergeten. Ik kwam erachter dat er hoop was. Je kon de hoop in die mensen zien, en het trok mij aan. Ik kreeg het Boek van Mormon en begon het meteen te lezen. Ik herinner me dat ik in de kerk vernam dat families na de dood bij elkaar kunnen zijn en dat ik vervolgens in Alma 11 las dat ons lichaam in de opstanding weer compleet zal worden. Ik voelde de Geest zo sterk toen ik aan mijn familie dacht. Ik wist dat de kerk waar was en dat we voor altijd bij elkaar konden zijn — ieder van ons, gezond en wel.

Er waren toen geen zendelingen in Sierra Leone, dus kreeg ik de zendelingenlessen van mijn gemeentepresident. Spoedig daarna liet ik me dopen en bevestigen. Ons dorp was gezegend, want de kerk stuurde voedsel en humanitaire hulp voor leden van de kerk en anderen. Dat voedsel hield ons allemaal in leven. Iedereen was zo dankbaar als hij een zakje rijst of bonen kreeg. Ik kreeg een deken en een hygiëneset met een tandenborstel, tandpasta, shampoo, zeep, een kam en een washandje.

Niet lang daarna kwamen de opstandelingen weer. Ze brandden het huis af waarin ik woonde en ik moest voor de vlammen vluchten. Ik nam alleen maar de tijd om twee dingen te redden — mijn Schriften en mijn hygiënesetje. We waren daarna een tijdlang op de vlucht. Ik gebruikte mijn hygiënesetje om mensen om mij heen te helpen. Ik kneep voor ieder een beetje tandpasta uit de tube of we gingen naar de rivier en gaven een voor een mijn stuk zeep door. Dat setje was zo waardevol voor ons. De deken was ook van onschatbare waarde. We schuilden er dagenlang onder, tot ik hem gebruikte om een oude vrouw in te wikkelen die was overleden zonder dat we iets hadden om haar in te begraven.

Uiteindelijk ging ik terug naar mijn woonplaats en mijn gemeente. En ik besloot dat ik op zending wilde. Dat was een moeilijke beslissing voor me, want ik had niets en zou de mensen die ik liefhad achterlaten. Terwijl ik probeerde een besluit te nemen, las ik in Leer en Verbonden 84:81 en 88: ‘ Daarom, maakt u niet bezorgd over de dag van morgen, over wat gij zult eten, of wat gij zult drinken, of waarmee gij u zult kleden (…) want Ik zal voor uw aangezicht uitgaan. Ik zal aan uw rechter- en aan uw linkerhand zijn, en mijn Geest zal in uw hart zijn, en mijn engelen zullen rondom u zijn om u te schragen.’ Ik wist dat de Heer voor me zou zorgen, dus diende ik mijn zendingsaanvraag in en werd op zending geroepen naar het zendingsgebied Temple Square (Salt Lake City).

Ik arriveerde vrijwel zonder bezittingen in Utah, maar stond erop dat ik mijn hygiënesetje mee zou nemen omdat het zoveel voor me betekende. Op een dag namen mijn collega en ik een rondleiding door het centrum voor humanitaire hulp in Salt Lake en ik herkende een deken met het ZHV-logo erop geborduurd, net als de deken die ik in Sierra Leone had gekregen. Ik keek om me heen en zag hygiënesets zoals die van mij, en de bekende zakken bonen en rijst, en ik begon te huilen.

‘Hier zijn ze vandaan gekomen!’ dacht ik. De tranen stroomden over mijn wangen toen ik me herinnerde wat deze dingen, die in grote stapels in het centrum voor humanitaire hulp lagen, voor mij en mijn vrienden in Sierra Leone betekenden. Ik was de Heer zo dankbaar dat Hij mij gespaard had, dat Hij mij had laten kennismaken met het evangelie en mij had toegestaan om een zending te vervullen. Ik wist dat zijn engelen écht om mij heen waren om mij te schragen.