2008
Het gebed van mijn kinderen
Juni 2008


Het gebed van mijn kinderen

Toen ik de telefoon aannam in ons kerkgebouw in Viseu (Portugal) vroeg ik me af wie er belde. Ik was verbaasd toen ik het trillende stemmetje van mijn achtjarige zoon hoorde.

‘Mama, Viviana is door een auto aangereden’, zei hij. ‘Ze leeft nog, maar haar hoofd bloed! Ze wordt nu naar het ziekenhuis gebracht.’

Ik viel bijna flauw. Wat moest ik doen? Gelukkig had ik familie in de buurt — twee van mijn zussen waren bij me. Een van hen ging met me mee naar het ziekenhuis, terwijl de andere naar mijn huis ging om mijn drie bezorgde kinderen thuis te troosten.

Te midden van zoveel leed, wilde ik bidden maar ik kon alleen maar huilen. Onderweg naar het ziekenhuis kreeg ik opeens een vredig en geruststellend gevoel. Ik voelde dat ik me geen zorgen hoefde te maken en dat alles goed zou komen.

Mijn zus merkte de verandering op en vroeg: ‘Voel je je goed?’ Ik knikte. Vol twijfel vroeg ze opnieuw: ‘Echt? Voel je je goed?’

‘Ja’, antwoordde ik, waarna ik verder niets meer zei.

Toen we bij het ziekenhuis aankwamen, vond ik mijn vierjarige dochtertje bij bewustzijn en slechts lichtgewond. Nadat ik haar had getroost, bleef ik denken aan het rustige gevoel dat ik had gekregen.

Viviana kwam na een dag in het ziekenhuis alweer naar huis. Toen we het over het ongeluk hadden, vertelde mijn zus die bij de kinderen was gebleven: ‘Toen de ambulance gisteren was vertrokken, gingen Vanessa en Vasco naar binnen om samen te bidden.’

Het was goed om te horen dat mijn kinderen te midden van al hun angstige gevoelens niet waren vergeten wat ze thuis en op het jeugdwerk hadden geleerd. Ze waren pas zes en zeven, maar ze hadden geloof in de kracht van het gebed. Ze wisten dat onze hemelse Vader in staat was om hun zusje te helpen.

Die hele middag dacht ik aan hun geloof. Toen vroeg ik me af wanneer ik me rustig was gaan voelen. Nadat ik had uitgerekend hoe lang het had geduurd om het ziekenhuis te bereiken, besefte ik dat ik dat rustige gevoel had gekregen rond de tijd dat Vanessa en Vasco hadden gebeden.

Ik weet dat onze hemelse Vader die lieve stemmetjes had gehoord en niet alleen mijn dochter met gezondheid had gezegend maar ook mij met gemoedsrust. Ik zal nooit vergeten wat ik die dag van mijn kinderen heb geleerd: wij hebben een dierbare Vader die onze gebeden hoort en ons wil zegenen ‘met vertrouwen dat Hij altijd op u let’ (O, wees need’rig, lofzang 83).