2014
Let op het pad dat uw voeten bewandelen
November 2014


Let op het pad dat uw voeten bewandelen

Zien wij op naar Jezus als ons Voorbeeld en volgen wij in zijn voetspoor, dan kunnen wij veilig bij onze hemelse Vader terugkeren.

Geliefde broeders en zusters, ik sta vanochtend ootmoedig voor u. Ik vraag om uw geloof en gebeden zodat ik mijn boodschap goed aan u kan overbrengen.

Wij begonnen allemaal aan een geweldige en essentiële reis toen we de geestenwereld verlieten en in dit vaak moeilijke stadium kwamen dat we het sterfelijk leven noemen. De voornaamste doelen van ons bestaan op aarde zijn om een stoffelijk lichaam te krijgen, ervaring op te doen die we alleen maar krijgen door niet bij onze hemelse Ouders te zijn, en te zien of we de geboden willen onderhouden. In hoofdstuk 3 van het boek Abraham lezen we: ‘En wij zullen hen hiermee beproeven om te zien of zij alles zullen doen wat de Heer, hun God, hun ook zal gebieden.’1

Toen we op aarde kwamen, brachten we dat grote geschenk van God mee: onze keuzevrijheid. We hebben het voorrecht om op duizenden manieren zelf te kiezen. We leren hier in de harde leerschool die ervaring heet. We onderscheiden goed van kwaad. We maken onderscheid tussen bitter en zoet. We leren dat we met beslissingen onze bestemming bepalen.

Ik ben ervan overtuigd dat we onze Vader verlieten met een overweldigend verlangen om naar Hem terug te keren zodat wij de verhoging die Hij voor ons gepland had, en waar wij zelf zo naar verlangden, konden verwerven. Hoewel wij zelf het pad terug naar onze Vader in de hemel moeten vinden en volgen, heeft Hij ons niet hierheen gestuurd zonder leiding en aanwijzingen. Hij heeft ons namelijk de hulpmiddelen gegeven die we nodig hebben, en Hij zal ons helpen als we daarom vragen en zelf alles doen wat we kunnen om tot het einde te volharden en het eeuwige leven te verwerven.

We hebben het woord van God en van zijn Zoon in onze heilige Schriften om ons te leiden. We hebben de raadgevingen en leringen van Gods profeten. En het allerbelangrijkste is dat we een volmaakt voorbeeld hebben gekregen — namelijk het voorbeeld van onze Heer en Heiland, Jezus Christus — en dat we de opdracht hebben gekregen om dat voorbeeld te volgen. De Heiland heeft gezegd: ‘Kom dan en volg Mij.’2 ‘De werken die gij Mij hebt zien doen, die zult gij eveneens doen.’3 Hij stelde de vraag: ‘Wat voor [mensen] behoort gij daarom te zijn?’ En Hij antwoordde: ‘Voorwaar, Ik zeg u, zoals Ik ben.’4 ‘Hij gaf het pad aan en ging ons voor.’5

Zien wij op naar Jezus als ons Voorbeeld en volgen wij in zijn voetspoor, dan kunnen wij veilig voor eeuwig bij onze hemelse Vader terugkeren. De profeet Nephi heeft gezegd dat ‘tenzij een mens tot het einde volhardt in het volgen van het voorbeeld van de Zoon van de levende God, hij niet kan worden gered.’6

Er was eens een vrouw die telkens als ze vertelde over haar bezoek aan het heilige land uitriep: ‘Ik heb gewandeld waar Jezus heeft gewandeld!’

Ze was in de omgeving geweest waar Jezus had gewoond en onderricht. Misschien had ze op een rots gestaan waar Hij eens heeft gestaan, of gekeken naar een bergketen die Hij ook heeft aanschouwd. Ze vond haar belevenissen opwindend; maar fysiek wandelen waar Jezus heeft gewandeld is minder belangrijk dan wandelen zoals Hij heeft gewandeld. Zijn voorbeeld volgen door zijn handel en wandel na te volgen, is veel belangrijker dan proberen in zijn fysieke voetspoor uit dit sterfelijke leven te volgen.

Toen Jezus een rijke man de uitnodiging gaf: ‘Kom dan en volg Mij’,7 bedoelde Hij niet zozeer dat de rijke man Hem door de heuvels en dalen van de omgeving moest volgen.

We hoeven niet op de kusten van Galilea of in de heuvels van Judea te wandelen om te wandelen waar Jezus heeft gewandeld. Wij allen kunnen het pad bewandelen dat Hij bewandelde als wij, met zijn woorden in onze oren weerklinkend, met ons hart vervuld met zijn Geest, en met zijn leringen als leidraad, ervoor kiezen om Hem te volgen op onze reis door het sterfelijk leven. Zijn voorbeeld wijst ons de weg. Hij heeft gezegd: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.’8

Nemen we het pad dat Jezus bewandelde onder de loep, dan zien we dat dit Hem voor enkele van dezelfde moeilijkheden stelde waar wij zelf ook mee geconfronteerd worden.

Jezus bewandelde bijvoorbeeld het pad van teleurstelling. Hoewel Hij veel teleurstellingen ondervond, kwam een van de schrijnendste aan het eind van zijn openbare bediening in zijn weeklacht over Jeruzalem tot uiting. De kinderen Israëls hadden de veiligheid van de beschermende hand die Hij hun bood, afgewezen. Toen Hij uitkeek over de stad die al zo spoedig aan verwoesting overgegeven zou worden, werd Hij overmand door grote droefheid. In smart riep Hij uit: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt die naar u toe gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild!’9

Jezus bewandelde het pad van verleiding. Lucifer, de meester van het kwaad, verzamelde al zijn krachten en sluwste listen om Hem te verleiden, die veertig dagen en nachten gevast had. Maar Jezus zwichtte niet. Hij weerstond elke verleiding. Zijn laatste woorden tot hem luidden: ‘Ga weg, satan.’10

Jezus bewandelde het pad van pijn. Denk eens aan Gethsemané: ‘Hij kwam in zware zielenstrijd […]. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen.’11 En niemand kan zijn lijden aan het wrede kruis vergeten.

Ieder van ons zal het pad van teleurstelling bewandelen, misschien vanwege gemiste kansen, machtsmisbruik, de keuzen van een dierbare, of een keus die we zelf doen. Ieder zal ook het pad van verleiding bewandelen. In afdeling 29 van de Leer en Verbonden lezen we: ‘En het moet zo zijn dat de duivel de mensenkinderen verzoekt, anders zouden zij niet naar eigen believen kunnen handelen.’12

En zo zullen wij ook het pad van pijn bewandelen. Als dienstknechten kunnen wij niets meer verwachten dan de Meester, die het sterfelijk leven pas na veel pijn en lijden verliet.

Hoewel we bitter verdriet op ons pad tegen kunnen komen, kunnen we ook groot geluk ondervinden.

Net als Jezus kunnen wij het pad van gehoorzaamheid bewandelen. Het zal niet altijd makkelijk zijn, maar laat ons wachtwoord deze wijsheid zijn die Samuel ons heeft nagelaten: ‘Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen.’13 Laten wij bedenken dat het eindresultaat van ongehoorzaamheid gevangenschap en de dood is, terwijl de beloning voor gehoorzaamheid vrijheid en het eeuwige leven is.

Net als Jezus kunnen wij het pad van dienstbetoon bewandelen. De bediening van Jezus onder de mensen is als een stralend licht van goedheid. Hij gaf de benen van de kreupele kracht, de ogen van de blinde zicht, de oren van de dove gehoor.

Jezus bewandelde het pad van gebed. Hij leerde ons hoe wij moeten bidden door ons het prachtige gebed te geven dat wij het gebed des Heren noemen. En wie kan zijn gebed in Gethsemané vergeten: “Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden”?14

We hebben andere instructies die de Heiland ons heeft gegeven binnen handbereik, in de heilige Schriften. In de Bergrede vertelt Hij ons dat we barmhartig, ootmoedig, rechtschapen, rein van hart en vredestichters moeten zijn. Hij draagt ons op om moedig op te komen voor ons geloof, zelfs als we bespot en vervolgd worden. Hij vraagt ons om ons licht te laten schijnen, zodat anderen het kunnen zien en onze Vader in de hemel willen verheerlijken. Hij leert ons om in onze gedachten en gedragingen rein te zijn. Hij vertelt ons dat het veel belangrijker is om in de hemel dan op aarde schatten te verzamelen.15

Zijn gelijkenissen onderrichten met macht en gezag. Met het verhaal van de barmhartige Samaritaan leert Hij ons om onze naasten lief te hebben en te dienen.16 In zijn gelijkenis van de talenten leert Hij ons om onszelf te verbeteren en naar volmaking te streven.17 Met de gelijkenis van het verloren schaap geeft Hij ons de opdracht om hen te redden die van het pad zijn afgeweken en verdwaald zijn.18

Streven wij ernaar om van Christus het middelpunt van ons leven te maken door zijn woorden te bestuderen, zijn leringen te volgen en zijn pad te bewandelen, dan belooft Hij ons het eeuwige leven te geven dat Hij door zijn dood heeft verworven. Er bestaat geen hoger doel dan te besluiten zijn discipline te aanvaarden, zijn discipelen te worden en de rest van ons leven zijn werk te doen. Niets anders, geen enkele andere keuze die we doen, kan van ons maken wat Hij van ons kan maken.

Denk ik aan hen die echt geprobeerd hebben om het voorbeeld van de Heiland te volgen en zijn pad bewandeld hebben, dan denk ik al gauw aan Gustav en Margarete Wacker — de twee christelijkste mensen die ik ooit ben tegengekomen. Ze kwamen uit Duitsland en waren naar het oosten van Canada geëmigreerd. Ik maakte kennis met hen toen ik daar zendingspresident was. Broeder Wacker verdiende als kapper de kost. Hoewel zij niet veel bezaten, deelden zij wat ze hadden. Ze waren niet gezegend met kinderen, maar ze zorgden goed voor ieder die bij hen binnenkwam. Geleerde, wereldwijze mensen zochten deze nederige, ongeletterde dienstknechten van God op en vonden het een eer om een uurtje in hun gezelschap door te mogen brengen.

Zij zagen er heel gewoon uit; hun Engels was gebrekkig en soms moeilijk te verstaan; hun woning was eenvoudig. Zij bezaten geen auto of televisie, noch deden zij iets waar de wereld doorgaans aandacht aan schenkt. Maar de gelovigen liepen de deur van hun huis plat om deel te hebben aan de geest die er heerste. Hun woning was een hemel op aarde, en zij straalden een geest van zuivere vrede en goedheid uit.

Wij kunnen die geest ook hebben, en kunnen die met de wereld delen als wij het pad van de Heiland bewandelen en zijn volmaakte voorbeeld volgen.

In Spreuken lezen we de aansporing: ‘Let op het pad dat je voeten bewandelen.’19 Doen wij dat, dan hebben wij het geloof en zelfs het verlangen om het pad te bewandelen dat Jezus bewandelde. We twijfelen er dan niet aan dat we op een pad zijn dat onze Vader ons wil laten volgen. Het voorbeeld van de Heiland verschaft ons een raamwerk voor alles wat wij doen, en zijn woorden zijn ons altijd tot leiding. Zijn pad zal ons veilig naar huis voeren. Mogen wij zo gezegend worden, dat bid ik in in de naam van Jezus Christus, die ik liefheb, die ik dien, en van wie ik getuig. Amen.