2007
Ik dacht aan de pioniers
Juli 2007


Ik dacht aan de pioniers

Toen ik negentien was, werd ik opgeroepen voor dienst in het Zweedse leger. Ik was signaalgever bij de artillerie en maakte deel uit van de staf en het voornaamste peloton van de achtste compagnie.

Op een ochtend in januari gaven onze officieren ons om vier uur ’s ochtends bevel om onze volledige uitrusting aan te doen en over twintig minuten buiten te verzamelen. We hadden honger en waren moe van de vorige dag. Ik voelde me alsof ik nauwelijks een oog had dichtgedaan en moest toch al weer een nieuwe proef ondergaan. Ik kan me nog herinneren hoe het voelde om uit de warme barak in de onbeschrijflijke kou te stappen.

Een gigantische bus van het leger haalde ons op en we kregen te horen dat we voor een grote proef naar Stockholm gingen om te zien of we in aanmerking kwamen voor de vervolgopleiding. Eenmaal in de stad werden we in drie groepen opgedeeld en kreeg elke groep een andere kaart en een andere bestemming.

We liepen met onze volle bepakking aan wapens, munitie en andere uitrusting door Stockholm. Bij elke controlepost moesten we een fysieke proef doorstaan, zoals een gijzelaarsconfrontatie, straatveldslag, rennen door tunnels en gebouwen, en EHBO-behandeling. Na elke proef hadden we nauwelijks tijd om te rusten voordat we door moesten naar de volgende controlepost.

Het ijskoude asfalt verdoofde mijn voeten en mijn schouders deden zeer door de zware uitrusting. Maar ik ging door en probeerde niet te klagen. Onze groep kreeg erg slecht weer en zware proeven te doorstaan, maar we marcheerden broederlijk eensgezind door. Langs de route kregen we te maken met geschokte burgers die ons uitlachten, nawezen en nariepen.

Ik was moe, koud, vies en had overal pijn toen we onze eindbestemming bereikten en de bus ons ophaalde. Tijdens de reis terug naar de basis dacht ik na over de proeven die mijn peloton en ik hadden doorstaan en vroeg ik me af of deze training eigenlijk nog wel waarde had, behalve de medailles die ons aan het eind ervan wachtten. Ik vroeg me af of er buiten ons nog anderen waren die soortgelijke proeven hadden doorstaan.

Plotseling dacht ik aan de ontberingen en de opofferingen van de pioniers in de begintijd van de kerk. Ik herinnerde me de verhalen van hun honger, kou en pijn; van bespot worden; en van kilometers en kilometers lopen — dezelfde dingen die ik die dag had meegemaakt. Het grote verschil was dat ik dit slechts één dag hoefde mee te maken. De pioniers reisden door koude, sneeuw, regen en hitte, lopend door modder en stof. Ze liepen met slechts weinig materiële zekerheid, met slechts het geloof dat de Heer hen zou beschermen. De pioniers liepen naar Zion omdat de Heer voor hen een wonderbaar werk te doen had.

Zonder erover na te denken begon ik ineens ‘Komt, heil’gen, komt’ (lofzang 15) te zingen en nog tijdens de busrit begon ik me beter te voelen. Er stroomde een sterk gevoel van warmte en geluk door mij heen. Ik was toen niet actief in de kerk en dacht dat ik nooit meer terug zou gaan, maar plotseling kreeg ik een gevoel dat mij zei: ‘Ga terug naar de kerk.’

Toen ik weer op de basis aankwam, belde ik mijn ouders, zei dat ik van ze hield en dat ik weer naar de kerk wilde gaan. De volgende zondag was een grote test om te zien of ik de moed had terug te gaan, want ik was al zo lang weg geweest. Teruggaan was niet makkelijk, maar zeker de moeite waard. Mijn familieleden en andere kerkleden gaven me het gevoel dat ik welkom was.

Ik begon me voor te bereiden op een zending en twee jaar later kreeg ik een oproep voor een zending in het zendingsgebied Praia (Kaapverdië). Toen ik op weg naar het opleidingscentrum voor zendelingen in Salt Lake City arriveerde, zag ik wat een geweldig werk de pioniers gedaan hadden met de bouw van een schitterende tempel en het plannen van een prachtige stad. Zachtjes zei ik: ‘Bedankt.’

Als ik me tegenwoordig afvraag of die proef in het leger iets waard was, antwoord ik dat het in alle opzichten de moeite waard was omdat ik op een bus met een peloton medesoldaten plotseling tot het geweldig inzicht kwam hoe belangrijk het werk van de Heer wel is. Het was echt de moeite waard omdat ik terug naar de Heer ben gekomen en nu zijn werk en zijn wil doe.