2012
Een wereldwonder herontdekken … en de gevaren van geestelijke onverschilligheid vermijden
januari 2012


Een wereldwonder herontdekken … en de gevaren van geestelijke onverschilligheid vermijden

Ciro Villavicencio schat dat hij in zijn eerste drie jaar als gids in de regio Cusco van Peru een kleine vierhonderd rondleidingen in Machu Picchu, de beroemde ‘verloren stad’ van de Inca’s, heeft verzorgd. Toch heeft die plek — vermeld op diverse lijsten met wereldwonderen — na al die bezoeken voor hem nog niets van zijn wonderbare betovering verloren.

‘Er is altijd wel iets nieuws te ontdekken’, zegt hij. Ciro neemt vaak een paar uur de tijd om een gezelschap door Machu Picchu rond te leiden. Hij heeft echter ook gezien hoe gemakkelijk men de verwondering kwijtraakt. Sommige van zijn collega’s raffelen een hele rondleiding in drie kwartier af. ‘Zij hebben geen belangstelling meer’, zegt hij.

Ciro is lid van de wijk Chasqui en hogeraadslid in de ring Cusco-Inti Raymi (Peru). Hij gelooft dat inzicht in de desinteresse van zijn collega’s kerkleden kan helpen hun interesse te vergroten voor een ander wereldwonder — het belangrijkste wonder, namelijk het ‘wonderbare werk en een wonder’ van het herstelde evangelie van Jezus Christus (zie 2 Nephi 25:17).

Het gevaar van verloren verwondering

Deze geïsoleerde stad hoog in het Andesgebergte van Peru werd eind 1500 door de Inca’s verlaten en bleef verborgen voor de conquistadores. Vrijwel niemand wist nog van het bestaan ervan af. Rond 1900 begon de ontdekking van de stad door de buitenwereld drommen onderzoekers en toeristen aan te trekken.

Na tientallen jaren van onderzoek ‘dachten sommige mensen dat ze alles hadden gevonden wat er in Machu Picchu te vinden was’, zegt Ciro. ‘En wanneer mensen denken dat alles is gevonden of alles is gedaan, geven ze er de brui aan, verliest het voorwerp in hun ogen aan waarde of zetten ze zich er niet meer voor in.’

Ciro maakt zich zorgen dat dezelfde zelfgenoegzaamheid in de kerk kan sluipen. Hij heeft gezien hoe sommige leden na verloop van tijd door het bekende om hen heen ertoe komen ‘zich steeds minder te verbazen over een teken of een wonder uit de hemel, zodat zij verstokt van hart [beginnen] te worden en verblind van verstand, en steeds minder [gaan] geloven van alles wat zij [hebben] gehoord en gezien’ (3 Nephi 2:1).

Die verloren verwondering kan leden ontvankelijk maken voor de leugens van Satan, zoals: Je hoeft niet naar die spreker te luisteren; je weet het allemaal toch al. Je hoeft de zondagsschool niet bij te wonen; die les heb je al eerder gehoord. Je hoeft de Schriften vandaag niet te bestuderen; er staat toch niets nieuws in.

‘En aldus [krijgt] Satan het hart van het volk (…) in bezit’ (3 Nephi 2:2).

Er zijn heus wel eens pieken en dalen in ons enthousiasme voor evangeliestudie. Maar wie een dipje in geestelijke studie laat uitmonden in een levenswijze, lopen het gevaar dat zij ‘zelfs wat zij hebben’ aan geestelijke kennis kwijtraken (2 Nephi 28:30; zie ook Matteüs 25:14–30).

Hernieuwde verwondering

Ciro’s begrip van drie waarheden heeft hem geholpen ontvankelijk te blijven ondanks de lokkende zelfgenoegzaamheid:

1. Er is nog iets wat ik moet weten.

In perioden van intensieve evangeliestudie op zijn zending en als instituutleerkracht heeft Ciro ontdekt dat er altijd iets valt te leren, of het nu een nieuw beginsel is of een nieuwe toepassing van een beginsel dat hij al kende. Belangrijker nog, die nieuwe geestelijke kennis is vaak iets wat hij nodig had om de moeilijkheden te doorstaan die op zijn pad kwamen — of spoedig zouden komen.

‘Open blijven staan voor nieuwe inzichten komt deels door het besef dat er altijd iets is wat ik niet weet en wat ik waarschijnlijk wel moet weten’, zegt hij.

2. Ik heb de hulp van de Heilige Geest nodig om te leren wat ik moet weten.

Wanneer je niet weet wat je moet weten, heb je iemand met de nodige kennis nodig (zie Johannes 14:26). Als Ciro de Schriften alleen of samen met zijn vrouw bestudeert, of als hij een les of bijeenkomst bijwoont, is hij er voortdurend op bedacht dat het niet uitmaakt hoe vaak hij een bepaald vers al heeft gelezen of een bepaald denkbeeld heeft gehoord.

‘De Geest kan me dingen leren waar ik nooit bij stilgestaan heb’, zegt hij. ‘De Heilige Geest is de leraar.’

3. Leren vergt inspanning van mijn kant.

Leren is een actieve en geen passieve bezigheid.1 Daarvoor zijn verlangen, aandacht, betrokkenheid en toepassing van de geleerde beginselen vereist (zie Alma 32:27).

‘Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen leerproces’, zegt Ciro. ‘Onze hemelse Vader dwingt me niet om iets te leren.’

Beloonde verwondering

Voor Ciro blijft Machu Picchu een wereldwonder omdat onderzoekers steeds weer zijn beloond met nieuwe ontdekkingen en aanvullende kennis.

Zelfs na honderd jaar onderzoek hebben archeologen in de afgelopen paar jaar nog een begraafplaats, aardewerk en nog meer terrasstructuren aangetroffen, wat onze kennis over Machu Picchu en de Inca’s nog vergroot heeft.

Dat is ook het geval met onze studie van het evangelie van Jezus Christus. ‘Er is altijd iets nieuws te ontdekken in het evangelie voor wie zich die moeite getroosten’, zegt Ciro.

Net zoals nieuwe ontdekkingen in Machu Picchu op eerdere kennis voortborduren, waardoor het algehele begrip van de onderzoekers toeneemt, geldt: ‘Hij die zijn hart niet verstokt, hem wordt een groter deel van het woord geschonken, totdat het hem wordt gegeven de verborgenheden Gods te kennen totdat hij die ten volle kent’ (Alma 12:10; zie ook LV 50:24).

‘Het evangelie is een oneindige bron van levend water waarnaar we vaak moeten terugkeren’, zegt Ciro.

Het wonderbare werk van verwondering

Wanneer Ciro vanaf een richel hoog boven Machu Picchu om zich heen kijkt, worden tientallen groepen toeristen door de oude gebouwen rondgeleid. De tragedie van de desinteresse onder sommige van zijn collega’s is voor Ciro dat ze niet alleen zichzelf tekortdoen, maar ook degenen die via hen die verwondering zouden kunnen ervaren.

Als wij ons over het evangelie blijven verwonderen, worden we niet alleen zelf gezegend maar ook de mensen met wie we omgaan. ‘De verandering die het evangelie bij mensen teweegbrengt, is een wonder’, zegt Ciro. ‘En wie die verandering hebben ondervonden, kunnen zelf een wonder in het leven van anderen worden.’

Noot

  1. Zie David A. Bednar, ‘Zoek kennis door geloof’, Liahona, september 2007, p. 17.

Foto’s Adam C. Olson, behalve waar anders aangegeven

Foto dier © Getty Images; foto Schriften Cody Bell