2017
De waarheid van alle dingen
November 2017


De waarheid van alle dingen

We hebben allemaal de taak om te doen wat nodig is om een sterk getuigenis te ontwikkelen en te behouden.

We hopen vanavond dat we op de een of andere manier kracht en inspiratie van de Heilige Geest mogen ontvangen, die in waarheid onderwijst.1 Ik wil het hebben over onze persoonlijke zoektocht naar waarheid.

Ik had als jongeman veel vragen over de kerk. Sommige van die vragen waren oprecht. Andere waren dat niet en ontstonden door andermans twijfels.

Ik besprak mijn vragen vaak met mijn moeder. Ze voelde ongetwijfeld dat veel van mijn vragen oprecht waren en uit mijn hart kwamen. Ze was volgens mij een beetje teleurgesteld over mijn minder oprechte vragen die enkel tot discussie leidden. Maar ze berispte me nooit omdat ik vragen had. Ze luisterde en probeerde ze te beantwoorden. Als ze het gevoel had dat ze verder niets meer kon zeggen en dat ik nog steeds met vragen zat, zei ze: ‘David, dat is een goede vraag. Misschien moet je terwijl je zoekt, leest en om een antwoord bidt, de dingen doen die je behoort te doen en de dingen laten die je niet behoort te doen.’ Dat werd het patroon voor mijn zoektocht naar waarheid. Ik ontdekte dat ik door studie, gebed en gehoorzaamheid aan de geboden antwoord op al mijn belangrijke vragen kon krijgen. Ik ondervond ook dat er voor sommige vragen voortgaand geloof, geduld en openbaring nodig is.2

Mijn moeder liet me inzien dat ik zelf geloof moest ontwikkelen en naar antwoorden moest zoeken. Ze wist dat ik belangrijke antwoorden zou ontvangen als ik op de manier van de Heer naar waarheid zocht. Ze wist dat ik de waarheid moest vinden. Ze wist dat ik oprecht moest zijn, en bereid om te handelen naar de kennis die ik al had. Ze wist dat ik moest studeren en bidden en meer geduld moest ontwikkelen terwijl ik de Heer om antwoorden vroeg. De bereidheid om geduldig te zijn, maakt deel uit van onze zoektocht naar waarheid en van het patroon van de Heer om waarheid te openbaren.3

Ik ontdekte dat mijn moeder me Gods patroon voor het zoeken naar waarheid leerde. Mijn geloof groeide, ik ontving antwoorden en ging op zending.

Aan het begin van mijn zending besefte ik dat ik moest weten of de kerk waar was en of Joseph Smith een profeet van God was. Ik voelde wat president Thomas S. Monson zo duidelijk in de vorige algemene conferentie gezegd heeft: ‘Als u nog geen vast getuigenis van deze dingen hebt, doe dan wat nodig is om er een te krijgen. Het is in deze moeilijke tijden van wezenlijk belang een eigen getuigenis te hebben, want het getuigenis van anderen helpt u slechts tot op zekere hoogte.’4 Ik wist wat ik moest doen. Ik moest het Boek van Mormon met een oprecht hart en een eerlijke bedoeling lezen en God vragen of het waar was.

Luister naar deze opmerkelijke belofte van onze hemelse Vader bij monde van Moroni: ‘Wanneer u deze dingen ontvangt, spoor ik u aan God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus te vragen of deze dingen niet waar zijn; en indien u vraagt met een oprecht hart, met een eerlijke bedoeling en met geloof in Christus, zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren door de macht van de Heilige Geest.’5

Om de belofte in het Boek van Mormon te kunnen ontvangen, moest ik het lezen. Ik begon vooraan en las elke dag. Sommige mensen krijgen heel snel een getuigenis. Anderen doen er langer over, moeten meer bidden en het boek zelfs een paar keer lezen. Ik moest het hele boek lezen voor ik de beloofde bevestiging ontving. Maar God heeft de waarheid ervan door de macht van de Heilige Geest aan mij geopenbaard.

Ik schreef in mijn zendingsdagboek hoe blij ik met de waarheid was. Ik noteerde er ook mijn verklaring van toewijding in en mijn voornemen om naar de ontvangen waarheid te handelen. Ik schreef: ‘Ik beloof mijn hemelse Vader en mezelf dat ik altijd mijn uiterste best zal doen, me altijd volledig zal inzetten. Ik zal doen wat Hij me vraagt. Nu ga ik er een fantastische zending van maken. Ik wil er tevreden over zijn. En ik zal dit doen voor de Heer, niet voor mezelf. Ik heb de Heer lief en hou van dit werk. Ik bid dat ik dit gevoel nooit kwijtraak.’

Ik ontdekte dat voortdurende geestelijke voeding, bekering en gehoorzaamheid aan de geboden noodzakelijk waren om dat gevoel bij me te houden. President Monson heeft gezegd: ‘Als u eenmaal een getuigenis hebt, zult u het vitaal en levend moeten houden door gehoorzaamheid aan de geboden van God, en door dagelijks te bidden en de Schriften te bestuderen.’6

Ik heb door de jaren heen zendelingen en jongeren in heel de wereld gevraagd hoe zij hun zoektocht naar waarheid begonnen zijn en een getuigenis ontvangen hebben. Ze antwoordden bijna allemaal dat ze zich voorgenomen hadden om het Boek van Mormon vanaf het begin te lezen en God te vragen of het waar is. Ze kozen er dus voor om te handelen en niet om andermans twijfels met zich te laten handelen.7

Om waarheid te leren kennen, moeten we het evangelie naleven8 en het woord ‘beproeven’.9 We mogen ons niet tegen de Geest van de Heer verzetten.10 Bekering en vastberadenheid om de geboden te onderhouden zijn belangrijk bij onze zoektocht naar waarheid.11 We moeten misschien zelfs bereid zijn om al onze zonden af te leggen, zodat we de waarheid kunnen achterhalen.12

De Heer gebiedt ons: ‘Zoek kennis, ja, door studie en ook door geloof’ en ‘Put woorden van wijsheid uit de beste boeken’.13 We dienen in ‘de beste boeken’ en informatiebronnen naar waarheid te zoeken. Daaronder rekenen we de Schriften en de woorden van de hedendaagse profeten.

President Monson heeft ons gevraagd te doen ‘wat nodig is’ om een sterk getuigenis te ontwikkelen en te behouden.14 Hoe kunnen we ons getuigenis versterken? We hebben allemaal de taak om te doen wat nodig is om een sterk getuigenis te ontwikkelen en te behouden.

Geduldig wachten terwijl we doen ‘wat nodig is’ om antwoord van de Heer te ontvangen, maakt deel uit van Gods patroon voor het zoeken naar waarheid. Vooral in moeilijke tijden moeten we ons ‘welgemoed en met geduld aan de gehele wil van de Heer’ onderwerpen.15 Door onze verbonden geduldig na te komen, worden we nederiger, verlangen we meer naar waarheid en stellen we de Heilige Geest in staat ons ‘op de paden van wijsheid te leiden, opdat [we] worden gezegend, voorspoedig gemaakt en bewaard.’16

Mijn vrouw, Mary, en ik kennen iemand die haar leven lang met bepaalde aspecten van de kerk geworsteld heeft. Ze houdt van het evangelie en van de kerk, maar zit met vragen. Ze is in de tempel verzegeld, actief in de kerk, maakt haar roeping groot en is een geweldige moeder en echtgenote. Ze heeft door de jaren heen steeds geprobeerd om het goede te doen en het slechte te laten. Ze komt haar verbonden na en zoekt. Soms klampt ze zich met een dankbaar hart aan het geloof van anderen vast.

Onlangs wilde haar bisschop met haar man en haar spreken. Hij riep hen om in de tempel plaatsvervangende tempelverordeningen te verrichten. Dat was een verrassing, maar ze aanvaardden de roeping en begonnen in het huis van de Heer te werken. Hun tienerzoon had onlangs genealogisch onderzoek gedaan en een familielid gevonden voor wie de tempelverordeningen nog niet verricht waren. Ze deden na verloop van tijd het plaatsvervangend werk voor die man en zijn gezin. Toen ze aan het altaar knielden en de verzegeling voltrokken werd, had die geweldige, geduldige vrouw die zo lang gezocht had, een geestelijke ervaring. Daardoor ontdekte ze dat de tempel en de tempelverordeningen waar zijn. Ze belde haar moeder op en vertelde over haar ervaring. Ze zei dat ze ondanks haar vragen wist dat de tempel, de tempelverordeningen en de kerk waar waren. Haar moeder huilde. Ze was dankbaar voor haar liefdevolle, geduldige hemelse Vader en haar dochter die geduldig bleef zoeken.

Door onze verbonden geduldig na te komen, ontvangen we hemelse zegeningen.17

Ik put troost uit deze belofte van de Heer: ‘Door de macht van de Heilige Geest kunt u de waarheid van alle dingen kennen.’18 We hoeven niet alles te weten om de waarheid te kennen. We kunnen weten dat het Boek van Mormon waar is. We kunnen in feite, zoals president Russell M. Nelson ons vanmiddag heeft geleerd, diep in ons hart voelen (zie Alma 13:27) dat het Boek van Mormon werkelijk het woord van God is. En we kunnen het zo diep voelen dat we geen dag zonder dat boek willen leven.19

We kunnen weten dat God onze liefdevolle Vader is; en dat zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heiland en Verlosser is. We kunnen weten dat het een voorrecht is om lid van zijn kerk te zijn en dat wekelijkse deelname aan het avondmaal ons en ons gezin bescherming biedt. We kunnen weten dat we als gezin dankzij tempelverordeningen echt eeuwig samen kunnen zijn. We kunnen weten dat de verzoening van Jezus Christus en de zegeningen van bekering en vergeving echt zijn. We kunnen weten dat onze geliefde profeet, president Thomas S. Monson, de profeet van de Heer is en dat zijn raadgevers en de leden van het Quorum der Twaalf Apostelen profeten, zieners en openbaarders zijn.

Ik weet dat dit waar is. Dat getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.