2012
Ik koos het goede deel
Augustus 2012


Ik koos het goede deel

Jeanette Mahaffey (Missouri, VS)

Bij de voorbereidingen van mijn dochters trouwdag was ik eigenlijk voortdurend bezig met de checklist voor de bruiloft. Op een ochtend nam ik de waslijst aan dingen door die nog gedaan moesten worden. Er zat wel schot in de zaak, maar ik moest een en ander nog grondig schoonmaken. Ik had de jaloezieën van de keuken nog steeds niet afgenomen en besloot die klus te klaren.

Toen ik met mijn borstels, doeken en reinigingsmiddel op het aanrecht klom, zag ik dat het een vies karweitje zou worden. Onder het schoonmaken dwaalden mijn gedachten af naar het verhaal van Marta en Maria, de zussen die de Heiland bij hun thuis ontvingen. Marta ‘werd in beslag genomen door het vele bedienen’, terwijl Maria ‘aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde’. Marta vroeg Jezus haar zus te zeggen dat ze moest komen helpen, maar de Heiland zei tegen Marta dat Maria ‘het goede deel uitgekozen’ had (zie Lucas 10:38–42).

Vandaag moet ik echt even Marta zijn, dacht ik. In werkelijkheid was ik al enkele weken Marta, ‘in beslag genomen’ door onbeduidende bezigheden en voorbereidingen op de trouwdag.

Mijn gedachten dwaalden weer af en ik probeerde me te herinneren wanneer de jaloezieën voor het laatst zo grondig schoongemaakt waren. Ik moest denken aan de twee meisjes die me twee jaar geleden geholpen hadden om dingen in gereedheid te brengen voor een bijeenkomst bij mij thuis. Samen hadden ze mijn keuken van onder tot boven geschrobd, met inbegrip van de jaloezieën. Die herinnering deed me aan hun moeder denken, een oude vriendin die ik al jaren niet gesproken had.

Op dat moment pakte ik de telefoon en belde ik haar nummer om haar over mijn dochters aanstaande huwelijk te vertellen. Ik verwachtte niet dat ze de telefoon zou opnemen omdat ze lesgaf op school, maar ik belde haar net tijdens haar pauze. We hingen het daaropvolgende uur lachend, huilend en kwebbelend met elkaar aan de telefoon. Ze had onlangs een moeilijke scheiding doorgemaakt en voelde zich eenzaam en verlaten. Al pratend voelden we ons opgebeurd en getroost.

Ik stond versteld over de manier waarop de Heer mij als werktuig kon gebruiken terwijl ik met zoiets alledaags als jaloezieën schoonmaken bezig was. Ik stond nog meer versteld van de waarheid dat Hij ieder van ons zo goed kent en liefheeft, dat Hij ons hulp stuurt op het moment dat we die net nodig hebben.

Die avond vinkte ik met een glimlach ‘keukenjaloezieën schoonmaken’ op mijn lijstje af. Ik was blij dat ik de klus had geklaard, maar was nog dankbaarder dat ik een werktuig in de handen van de Heer was geweest. Hij had me laten zien hoe ik als Maria kon zijn die het ‘goede deel’ koos ook al werd ik als Marta door mijn bezigheden ‘in beslag genomen’.