2012
Thomas S. Monson: zijn plicht vervullen
Augustus 2012


Thomas S. Monson:

zijn plicht vervullen

Lang geleden besloot president Thomas S. Monson zijn plicht te vervullen om het werk van de Heer te doen en het voorbeeld van Jezus Christus te volgen

President Thomas S. Monson heeft vaak gezegd: ‘Ik hou van het woord plicht.’ Hij beschouwt die als ‘iets heiligs’.1 Over de vervulling van zijn plicht als zestiende president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zei hij: ‘Ik beloof plechtig dat ik mijn leven, mijn kracht — alles wat ik te bieden heb — zal toewijden om [de Heer] te dienen en zijn kerk volgens zijn wil en inspiratie te leiden.’2

President Monson staat bekend om zijn hulp aan anderen. Menigmaal gaf hij bij een opdracht in het buitenland zijn kostuum en schoenen weg en keerde hij in vrijetijdskleding terug. Hij heeft er een gewoonte van gemaakt om vrienden en bekenden op te zoeken die bemoediging nodig hebben. Hij heeft talloze mensen in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen een zegen gegeven, steevast gehoor gegeven aan de ingeving om iemand te bellen en op onnoemelijk veel begrafenisdiensten gesproken. Hij bracht maaltijden langs, maar ook braadklare kippen, en boeken met een liefdevolle inscriptie. Zijn dagschema als president van de kerk staat bol van vergaderingen en afspraken, maar hij maakt altijd tijd vrij voor mensen — vaak één tegelijk. Hij zal de kerkgeschiedenis ingaan als iemand die om mensen gaf en dat liet zien door tijd voor ze vrij te maken.

Jezus Christus’ voorbeeld van plichtsgetrouwheid

Aan president Monsons daden ligt zijn getuigenis van de Heer Jezus Christus ten grondslag. Hij zei: ‘Hoewel Hij als Zoon van God op aarde kwam, hielp Hij de mensen om Zich heen nederig. Hij was uit de hemel gekomen om als sterveling op aarde te leven en Gods koninkrijk te vestigen. Zijn heerlijke evangelie heeft het denken van de wereld veranderd.’3 De Heiland gaf blijk van zijn plichtsbesef toen Hij verklaarde: ‘Ik [ben] in de wereld […] gekomen om de wil te doen van mijn Vader’ (3 Nephi 27:13). Met vastberadenheid en milddadigheid op basis van een eeuwig perspectief is Hij ‘rondgegaan, weldoende […] want God was met Hem’ (Handelingen 10:38).

President Monson merkt op dat Jezus Christus de oproep tot plichtsvervulling als volgt beantwoordde: ‘Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt’ (Matteüs 26:39). De Heiland kende en gaf keer op keer gehoor aan zijn plicht om alle kinderen van zijn Vader te leiden, op te bouwen en te bemoedigen. President Monson heeft daarover gezegd: ‘De Heiland was altijd bezig — met onderwijzen, getuigen en redden. Dat is ook onze plicht als lid.’4

Zijn plicht leren vervullen

President Monson groeide op in de wijk 6–7 in de ring Temple View in Utah. Daar leerde hij onder de leiding van verstandige priesterschapsleiders dat het zijn plicht was om zijn priesterschapstaken te vervullen. Ook verkreeg hij daar kennis en een getuigenis van het evangelie van Jezus Christus door middel van geïnspireerde leerkrachten.

In 1950 werd Thomas Spencer Monson op 22-jarige leeftijd als bisschop van de wijk 6–7 gesteund. Wat hij over plicht had geleerd, paste hij toe op degenen die hem de betekenis ervan hadden bijgebracht. Hij was vader van de wijk, president van de Aäronische priesterschap, hulpverlener aan armen en behoeftigen, nauwgezet verslaglegger en rechter in Israël. Zijn plichten waren talrijk, maar hij ging met zijn kenmerkende optimisme aan de slag.

Een van de taken van de bisschop was voor alle militairen uit de wijk een abonnement op de Church News en de Improvement Era te nemen en ieder maandelijks een brief te schrijven. Aangezien president Monson in de Tweede Wereldoorlog bij de marine had gediend, besefte hij het belang van een brief van het thuisfront maar al te goed. Hij had maar liefst 23 wijkleden in militaire dienst, dus riep hij een zuster in de wijk om de verzending van de brieven op zich te nemen. Op een avond overhandigde hij haar de maandelijkse stapel van 23 brieven.

‘Bisschop, raakt u nou nooit eens ontmoedigd?’ vroeg ze. ‘Hier is weer een brief aan broeder Bryson. Dit is al de zeventiende brief die u hem stuurt zonder iets terug te horen.’

‘Nou, deze maand gebeurt dat misschien wel’, zei hij. En dat was ook zo. Het antwoord van broeder Bryson luidde: ‘Beste bisschop, ik ben nie zo goed in het schrijven van brieven. Bedankt voor de Church News en de tijdschriften, maar vooral bedankt voor de brieven. Ik heb mijn leven gebeterd. Ik ben tot priester in het Aäronisch priesterschap geordend. Mijn hart loopt over. Ik ben een gelukkig mens.’

President Monson zag in die brief de praktische toepassing van de uitspraak: ‘Doe uw plicht; doe uw best. Dan doet de Heer de rest.’ Jaren later sprak hij ergens in een ringconferentie over zijn ervaring met schrijven aan militairen. Na de bijeenkomst kwam een jonge man naar hem toe en vroeg: ‘Bisschop, kent u me nog?’

Zonder aarzelen antwoordde president Monson: ‘Broeder Bryson! Hoe gaat het met je? Wat doe je in kerk?’

De vroegere militair gaf met groot genoegen te kennen dat het goed met hem ging en dat hij in het presidium van zijn ouderlingenquorum werkzaam was. ‘Nogmaals bedankt voor uw bezorgdheid om mij en de brieven die u mij altijd schreef. Ik heb ze bewaard.’5

Over dergelijke gebeurtenissen zei president Monson: ‘Vaak zijn er niet meer dan kleine gestes nodig om iemand anders op te beuren en tot zegen te zijn: vragen naar iemands familie; een bemoedigend woord; een oprecht compliment; een kort bedankbriefje; een kort telefoontje. Als we opmerkzaam zijn en ingaan op de ingevingen die we krijgen, kunnen we veel goeddoen.’6

Onze plicht leren vervullen

‘Naarmate wij in deze tijd in [Jezus Christus’] voetspoor treden, zullen ook wij in toenemende mate anderen tot zegen zijn’, zei president Monson. Jezus nodigt ons uit om van onszelf te geven: “Zie, de Here verlangt het hart en een gewillige geest.”’7

Onze profeet verstaat onder plicht dat we onze ambities, successen, gemakken of pleziertjes opzijzetten en ons op het welzijn van anderen richten. President Monson heeft gezegd: ‘Waar geluk vinden we alleen als we het buiten onszelf zoeken. Niemand heeft ooit de zin van het leven ontdekt zonder eerst zijn ego opzij te hebben gezet om zijn medemens te dienen. Anderen dienen houdt verband met plicht: het vervullen ervan geeft ware vreugde.’8

Vriendschap maakt anderen dienen volgens hem een stuk makkelijker. ‘Een vriend vindt het belangrijker om mensen te helpen dan erkenning te krijgen’, zegt hij. ‘Een vriend bekommert zich om anderen. Een vriend heeft lief. Een vriend luistert. En een vriend steekt de helpende hand uit.’9

Jaren geleden woonde president Monson een ringconferentie bij in Star Valley (Wyoming, VS) met de opdracht om een nieuw ringpresidium te roepen. Maar hij deed meer. Hij raakte het hart van alle aanwezigen met een simpel gebaar van liefde toen hij E. Francis Winters onthief, die 23 jaar als ringpresident had gefungeerd.

Op de dag van de ringconferentie was elke zitplaats in het gebouw bezet. Iedereen leek ‘in stilte dank u te zeggen tegen deze edele leider’, die zich duidelijk met hart en ziel aan zijn plicht had toegewijd. Toen president Monson opstond om te spreken, vertelde hij hoe lang president Winters de ring gepresideerd had en ‘voor iedereen in die vallei een voortdurende steunpilaar geweest’ was. Opeens kreeg hij een ingeving om iets te doen wat hij nog nooit gedaan had en sindsdien ook nooit meer gedaan heeft. Hij vroeg allen voor wie president Winters iets betekend had, op te staan. Het resultaat was verbazingwekkend. Alle aanwezigen stonden op.

President Monson vertelde de mensen in de zaal, van wie velen in tranen: ‘U geeft niet alleen uw eigen gevoelens weer, maar tevens de dankbaarheid van God voor een goed leven.’10

Het getuigenis van onze profeet aangaande plichtsvervulling

President Monson heeft ons de volgende bemoedigende leringen over plichtsvervulling gegeven:

‘Ongeacht onze roeping of angsten, moeten wij bidden, heengaan en doen. Ook mogen wij de woorden van de Meester, de Heer, Jezus Christus, niet vergeten. Hij heeft beloofd: “Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.”’11

‘Wij kunnen elkaar sterken; wij hebben het vermogen om de onopgemerkte op te merken. Als wij ogen hebben die zien, oren hebben die horen en een hart dat weet en voelt, dan kunnen wij de mensen die onder onze verantwoordelijkheid vallen de hand reiken en redden.’12

‘Niemand van ons leeft in afzondering — in onze stad, ons land of onze wereld. Er is geen scheidslijn tussen onze voorspoed en de armoede van onze medemens.’13

‘Er zijn [knieën] te schragen, handen vast te pakken, geesten te bemoedigen, harten te inspireren en zielen te redden.’14

‘Als we voor onze Schepper zullen verschijnen, zal Hij ons waarschijnlijk niet vragen: “Hoeveel functies heb je bekleed?”, maar eerder: “Hoeveel mensen heb je geholpen?”’15

‘In ons dagelijks leven ontdekken we talloze kansen om het voorbeeld van de Heiland te volgen. Is ons hart afgestemd op zijn leringen, dan ontdekken we de onmiskenbare nabijheid van zijn goddelijke hulp. Het lijkt wel of we in dienst van de Heer zijn; en dan ontdekken we dat we, als we inderdaad in dienst van de Heer zijn, recht hebben op de hulp van de Heer.’16

‘Door te leren van Hem, door te geloven in Hem, door Hem te volgen, kunnen wij worden zoals Hij. Onze gelaatsuitdrukking kan veranderen, ons hart kan worden verzacht, onze tred versneld, onze zienswijze verrijkt. Het leven wordt wat het behoort te worden.’17

Net als onze profeet, president Thomas S. Monson, kunnen wij besluiten onze plicht te vervullen om het werk van de Heer te doen en het voorbeeld van Jezus Christus te volgen.

Noten

  1. Thomas S. Monson, ‘Stumbling Blocks, Faith, and Miracles’, Liahona, juni 1996, p. 20; ‘Happy Birthday’, Ensign, maart 1995, p. 59.

  2. Thomas S. Monson, ‘Terugkijken en vooruitgaan’, Liahona, mei 2008, p. 90.

  3. Thomas S. Monson, ‘De bruggenbouwer’, Liahona, november 2003, p. 68.

  4. Thomas S. Monson, ‘Met alle ijver’, Liahona, november 2004, p. 56.

  5. Zie Thomas S. Monson, ‘The Call of Duty’, Ensign, mei 1986, p. 39.

  6. Thomas S. Monson, ‘Drie doelen tot leidraad’, Liahona, november 2007, p. 120.

  7. Thomas S. Monson, ‘De geschenken van Kerstmis, Liahona, december 2003, p. 2.

  8. Thomas S. Monson, ‘The Lord’s Way’, Ensign, mei 1990, p. 93.

  9. Thomas S. Monson, ‘De reddende hand’, Liahona, juli 2001, p. 59.

  10. Thomas S. Monson, ‘Uw eeuwige thuis’, Liahona, juli 2000, p. 70.

  11. Thomas S. Monson, ‘Ze bidden en gaan’, Liahona, juli 2002, p. 57.

  12. Thomas S. Monson, ‘Oproep tot dienen’, Liahona, januari 2001, p. 58.

  13. Thomas S. Monson, ‘In Search of the Abundant Life’, Tambuli, augustus 1988, p. 4.

  14. Thomas S. Monson, ‘O, vast als een rotssteen’, Liahona, november 2006, p. 68.

  15. Thomas S. Monson, ‘Faces and Attitudes’, New Era, september 1977, p. 50.

  16. Thomas S. Monson, ‘Windows’, Ensign, november 1989, p. 69.

  17. Thomas S. Monson, ‘De weg van de Meester’, Liahona, januari 2003, p. 4.

Van boven naar beneden: president Monson straalt liefde uit voor anderen terwijl hij scouts de handen schudt, neemt een geschenk in ontvangst (met zijn vrouw, Frances), helpt een meisje bij een eerstespadesteking en zwaait naar de aanwezigen in de algemene conferentie (met zijn vrouw).

Jezus Christus leerde in de synagoge en bij de bron. Hij zegende kleine kinderen en wekte de dochter van Jaïrus uit de dood op.

Toen president Monson vroeg of allen wilden opstaan voor wie de ringpresident iets betekend had, stonden uiteindelijk alle aanwezigen op.

Links: foto Craig Dimond; rechts, van boven naar beneden: foto’s Jed A. Clark © IRI, Jeffrey Allred © Deseret News, © Deseret News en Christina Smith

Links, van boven naar beneden: Licht en waarheid, Simon Dewey; Levend water, Simon Dewey; Sta op en wandel, Simon Dewey; schilderij Dan Burr; rechts: illustratie Paul Mann