2011
Van geloven tot weten
Januari 2011


Het evangelie in mijn leven

Van geloven tot weten

Geloven dat het Boek van Mormon waar is, was slechts het begin.

Toen ik negentien was, kwam ik op een station voor het eerst met de zendelingen in contact. Ik kon merken dat deze jonge vrouwen iets bijzonders hadden, en ik wilde graag met ze praten. Dus sprak ik ze aan en vroeg ze wat ze in Taiwan deden. Ze vertelden me dat ze zendelingen waren en begonnen over het evangelie te praten. Gedurende verschillende lessen leerde ik over Jezus Christus, zijn herstelde evangelie en het Boek van Mormon. Vooral door het Boek van Mormon wilde ik lid van de kerk worden.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik over het boek in gebed ging. Nadat ik er op een avond in had gelezen, deed ik het boek dicht, knielde ik neer en vroeg ik mijn hemelse Vader of het waar was. Ik werd door een enorme warmte omringd, iets wat ik in een boeddhistische tempel nog nooit gevoeld had. Het gevoel was anders. Ik wist dat er iemand naar me luisterde. Op dat moment geloofde ik niet alleen meer dat de kerk waar was, ik wist het ook. Dus besloot ik me te laten dopen.

Het Boek van Mormon is mij sindsdien tot zegen geweest, ook toen ik op zending was.

Het heeft me ook met mijn roepingen geholpen. Als instituutsleerkracht heb ik geleerd dat het Boek van Mormon voor onze tijd is geschreven.1 Maar bij de voorbereiding van mijn lessen heb ik gemerkt dat die uitspraak niet alleen in algemene zin waar is, maar dat ie ook waar is voor specifieke mensen, in specifieke situaties, op specifieke momenten. Als ik bijvoorbeeld een les voorbereidde, zag ik soms in gedachten het gezicht van een van mijn cursisten en herkende ik iets specifieks dat ik voor het welzijn van die persoon moest behandelen. Ik kreeg geregeld zulke ingevingen, en die werden bevestigd als een cursist na de les met me sprak en vertelde dat de les precies was wat hij of zij nodig had.

Maar ten slotte is het Boek van Mormon vooral een gids in mijn eigen leven. Ik kan me nog herinneren dat ik de Schriften opsloeg toen ik op het punt stond mijn verkering uit te maken. Ik was erg bang. Maar ik las een tekst, 2 Nephi 10:20, die rechtstreeks tot mijn hart doordrong en me een rustig gevoel gaf: ‘En nu, mijn geliefde broeders, aangezien onze barmhartige God ons zulk een grote kennis omtrent deze dingen heeft geschonken, laten wij Hem indachtig zijn en onze zonden verzaken en het hoofd niet laten hangen, want wij zijn niet verworpen; weliswaar zijn wij uit ons erfland verdreven, maar wij zijn naar een beter land geleid, want de Heer heeft de zee tot ons pad gemaakt, en wij bevinden ons op een eiland der zee.’

Toen ik de Heer indachtig was, zoals dat vers adviseert, kreeg ik moed en hoop. Ik kon vertrouwen op de ‘grote kennis’ van het evangelie die God me had gegeven, en ik wist dat ik niet ‘verworpen’ was. Er lagen goede dingen in het verschiet.

Het was een grote zegen om de woorden van de zendelingen te geloven toen ik de kerk onderzocht. Maar het is veel beter om voor mezelf de waarheid van het evangelie te kennen, vooral de waarheid van het Boek van Mormon. Ik weet dat God leeft en dat Hij ons door middel van de Schriften rechtstreeks en persoonlijk onderwijst.

Noot

  1. Zie Ezra Taft Benson, ‘The Book of Mormon Is the Word of God’, Tambuli, mei 1988, p. 2.

Foto © IRI