2006
Werktuigen in de handen Gods worden
November 2006


Werktuigen in de handen Gods worden

Iemand hoeft geen specifieke roeping in de kerk te hebben, geen opdracht om iemand te helpen of een goede gezondheid om een werktuig in Gods handen te worden.

Mijn grootvader van moederszijde, Alma Benjamin Larsen, was pas 34 jaar oud toen hij op een ochtend wakker werd en merkte dat hij niet meer zo goed kon zien. Al snel was hij helemaal blind. Grootvader was op zending geweest en was een trouw lid van de kerk. Hij had een boerderij, een vrouw en drie kinderen. Hij kon zich niet voorstellen dat hij de rest van zijn leven blind zou zijn. Zijn vrouw en kinderen moesten hard werken om de boerderij in bedrijf te houden en ze kregen het financieel steeds moeilijker.

In die moeilijke tijd werden veel mensen werktuigen in de handen Gods om mijn blinde grootvader te helpen. In 1919 gebeurde er iets wat veel invloed op zijn gezin had. Het was financieel een moeilijk jaar voor alle mensen in het stadje waar mijn grootvader woonde. Boerderijen en bedrijven gingen failliet. Mijn grootvader had een hoge hypotheek op zijn boerderij en hij kreeg een afschrift waarop stond dat hij 195 dollar moest betalen om zijn hypotheek voor een jaar te verlengen. Hij kon die rekening met geen mogelijkheid betalen. Bijna iedereen verkeerde in een soortgelijke situatie, en het leek onmogelijk om zoveel geld bij elkaar te krijgen. Als hij alle bezittingen van de boerderij had verzameld — de paarden, koeien en de landbouwwerktuigen — had hij ze niet voor 195 dollar kunnen verkopen. Grootvader vroeg of een buurman twee of drie van zijn koeien wilde slachten, en hij verkocht die en wat andere producten. Hij had wat geld aan enkele omwonenden uitgeleend, die beloofd hadden hem voor het eind van het jaar terug te betalen, maar niemand had geld. De financiële situatie van het gezin zag er slecht uit.

In zijn dagboek schreef mijn grootvader: ‘Ik zal nooit die ene koude avond vlak voor Kerstmis 1919 vergeten. Het zag ernaar uit dat we de boerderij zouden kwijtraken. Mijn dochter Gladys gaf me een blaadje en zei: “Dit zat vandaag bij de post.” Ik bracht het naar mijn vrouw en vroeg haar wat erop stond. Mijn vrouw las me het volgende voor: “Geachte broeder Larsen, ik heb de hele dag aan u gedacht. Ik vraag me af of u in financiële moeilijkheden verkeert. Als dat zo is, heb ik wel 200 dollar voor u.” De brief was getekend: “Jim Drinkwater.” Jim was een kleine, kreupele man en niemand had gedacht dat hij geld zou hebben. Ik ging die avond naar zijn huis en hij zei: “Broeder Larsen, ik heb vanmorgen een draadloze boodschap uit de hemel ontvangen en ik moest de hele dag aan u denken. Ik wist zeker dat u financiële problemen had.” Broeder Drinkwater gaf me de 200 dollar. We stuurden 195 dollar naar de hypotheekbank en van de resterende vijf dollar kochten we laarzen en kleren voor de kinderen. De kerstman kwam vroeg dat jaar.’

Mijn grootvader heeft daar ook zijn getuigenis bij gezet: ‘De Heer heeft me nooit teleurgesteld. Hij heeft veel mensen geïnspireerd, zoals Hij broeder Drinkwater had gedaan. Ik getuig dat de enige zekerheid en veiligheid die ik ooit heb ervaren, is voortgekomen uit gehoorzaamheid aan de geboden van de Heer en uit het steunen van de leiders van deze kerk.’

Ik heb vaak aan Jim Drinkwater gedacht en me afgevraagd waarom hij iemand was op wie de Heer kon vertrouwen. Jim was een kleine, kreupele man die door God werd vertrouwd om een blinde boer met een hoge hypotheek en drie kinderen te helpen. Ik heb veel geleerd van mijn grootvaders ervaring met Jim Drinkwater. Ik heb geleerd dat iemand geen specifieke roeping in de kerk hoeft te hebben, geen opdracht om iemand te helpen of een goede gezondheid om een werktuig in Gods handen te worden. Hoe kunnen wij dan werktuigen in de handen Gods worden? De profeten en de Schriften wijzen ons de weg.

Ten eerste moeten we Gods kinderen liefhebben. De wetgeleerde vroeg aan de Heiland: ‘Meester, wat is het grote gebod in de wet?’ De Heiland antwoordde:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.

‘Dit is het grote en eerste gebod.

‘Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Matteüs 22:36–39).

Joseph F. Smith heeft gezegd: ‘Liefde is het grootste beginsel dat er bestaat. Als we de verdrukten de helpende hand kunnen geven, als we de terneergeslagenen en verdrietigen kunnen helpen, als we de toestand van de mensheid kunnen verlichten en verbeteren, dan is het onze opdracht om dat te doen, want het is een essentieel onderdeel van onze godsdienst om dat te doen’ (Conference Report, april 1917, p. 4). Als wij Gods kinderen liefhebben, krijgen we kansen om hen te helpen op hun reis terug naar zijn tegenwoordigheid.

Door het zendingswerk van de zoons van Mosiah kunnen we begrijpen hoe we een werktuig in de handen Gods kunnen worden. ‘En het geschiedde dat zij vele dagen in de wildernis reisden’ (Alma 17:9). We moeten bereid zijn om te reizen. De zoons van Mosiah waren bereid om hun vertrouwde omgeving te verlaten en te doen wat ongemakkelijk was. Als Ammon niet bereid was geweest om naar een vreemd land te reizen, dat door een wild, verstokt en woest volk werd bewoond, had hij nooit Lamoni en zijn vader kunnen vinden en helpen, en hadden veel Lamanieten nooit over Christus gehoord. God heeft ons gevraagd om te reizen, om op zending te gaan, om roepingen te aanvaarden, om mensen over de kerk te vertellen of mensen in nood te helpen.

In hun streven om hun Lamanitische broeders te helpen, leerden de zoons van Mosiah ook hoe belangrijk het is om te vasten en te bidden: ‘Zij vastten veel en baden veel dat de Heer hun een deel van zijn Geest zou verlenen om hen te vergezellen en bij hen te blijven, opdat zij een werktuig in de handen Gods zouden zijn om, zo mogelijk, hun broeders, de Lamanieten, tot de kennis der waarheid te brengen’ (Alma 17:9). Willen we echt een werktuig in de handen Gods worden? Als dat zo is, zal ons verlangen in onze gebeden naar voren komen en het doel van ons vasten worden.

Nadat hij blind was geworden, vastte en bad mijn grootvader dat als hij in duisternis moest blijven, de Heer hem gemoedsrust zou geven. Hij zei dat bijna binnen een uur ‘mijn verstand was verlicht en de schaduw van duisternis van mij was weggenomen.’ Hij kon weer zien, niet met aardse ogen, maar met geestelijke ogen. Later is Alma Benjamin Larsen tot patriarch geroepen. En dat heeft hij 32 jaar gedaan. Net als de zoons van Mosiah vastte en bad mijn grootvader, waardoor hij de kans kreeg om duizenden kinderen van God tot zegen te zijn.

Net als Jim Drinkwater en mijn grootvader moeten wij ontvankelijk zijn voor de influisteringen van de Heilige Geest, want als wij een werktuig in de handen Gods willen worden, kunnen we openbaring ontvangen. De profeet Alma de jonge vertelt over een openbaring die hij had ontvangen: ‘Ik weet wat de Heer mij heeft geboden, en ik roem erin (…) ja, en dit is mijn roem: dat ik wellicht een werktuig in de handen Gods mag zijn om de een of andere ziel tot bekering te brengen; en dat is mijn vreugde’ (Alma 29:9). Alma had een openbaring ontvangen over wat hij moest doen.

Ik heb een boekje dat ik bij me draag, waar ik de inspiratie en influisteringen van de Geest in schrijf. Het ziet er niet zo mooi uit, het verslijt en moet zo nu en dan vervangen worden. Als er gedachten bij mij opkomen, schrijf ik ze op en probeer ik er gehoor aan te geven. Ik heb gemerkt dat als ik iets doe wat op mijn lijstje staat, ik vaak het gebed van een ander beantwoord. Het is ook voorgekomen dat ik niet heb gedaan wat er op mijn lijstje stond, en dat ik er later achter kwam dat ik iemand had kunnen helpen, maar dat niet had gedaan. Als wij influisteringen over Gods kinderen krijgen, als we die gedachten en inspiratie opschrijven en er gehoor aan geven, zal het vertrouwen van God in ons toenemen en zullen we meer mogelijkheden krijgen om een werktuig in zijn handen te zijn.

Ik citeer de woorden van president Faust: ‘U kunt een krachtig werktuig in de handen Gods zijn om dat grote werk teweeg te brengen. (…) U kunt iets voor andere mensen doen dat niemand anders kan.’ (‘Werktuigen in de handen Gods’, Liahona, november 2005, p. 115.) God koestert de mensen die anderen helpen. Ik moedig eenieder van ons aan om de raad van de profeten op te volgen en een werktuig in de handen Gods te worden. Dan zullen we door Hem gekoesterd worden omdat we zijn kinderen hebben geholpen.

In de naam van Jezus Christus. Amen.