2002
Weldoeners voor onze medemensen
Juli 2002


Weldoeners voor onze medemensen

‘Ik bid dat jullie, fijne jongemannen, niet alleen zo zullen leven dat jullie dienende engelen kunnen ontvangen, maar dat jullie ook (…) dienende engelen voor anderen zullen worden.’

Wilford Woodruff werd als jonge man van zevenentwintig jaar op 5 november 1834 tot priester geordend. Acht dagen later begon hij aan een zending van twee jaar in de zuidelijke staten.1 Op zekere avond vonden hij en zijn collega een slaapplaats bij een gezin dat hun een kale vloer als bed aanbood. Hij beschreef die als ‘nogal hard na zestig mijl lopen zonder iets te eten.’2

De volgende dag liepen ze zeventien kilometer in de regen totdat ze bij het huis kwamen van iemand die tot de bende in Missouri behoorde. Broeder Woodruff zei: ‘Het gezin wilde juist aan de ontbijttafel gaan zitten toen wij binnenkwamen. In die tijd was het voor mensen uit de Missouri de gewoonte om je eten aan te bieden zelfs als ze je vijandig gezind waren. Dus nodigde hij ons uit voor het ontbijt en wij waren heel blij met die uitnodiging. Hij wist dat we mormoon waren en zodra we begonnen te eten, begon hij de mormonen zwart te maken. Er stond een grote schaal met eieren met spek en een heleboel brood op tafel, en zijn gevloek verstoorde onze eetlust niet. Hoe meer hij tekeer ging, hoe meer wij aten, totdat onze maag vol was. Toen stonden we op, pakten onze hoed en bedankten hem voor ons ontbijt. Het laatste wat we van hem hoorden, was nog steeds gevloek. Ik vertrouw erop dat de Heer hem zal belonen voor ons ontbijt.’3

Aan het eind van het eerste jaar van zijn zending vermeldde hij dat hij ‘5194 kilometer had gereisd, 170 bijeenkomsten had gehouden en 43 personen had gedoopt.’4

Zijn eerste zending naar de zuidelijke staten werd gevolgd door twee korte zendingen naar de Fox eilanden voor de kust van Maine,5 en twee achtereenvolgende zendingen naar Engeland.6 Tijdens zijn laatste zending in Engeland, in 1840, zag hij in dat hij, ‘door Gods zegen’ een werktuig was geweest om in een periode van acht maanden meer dan 1800 zielen in de kerk te brengen.7

Wilford Woodruff maakte aanspraak op een belofte in het Boek van Mormon: ‘God [heeft] een middel bereid, waardoor de mens door geloof grote wonderen kan verrichten; daardoor wordt hij een grote weldoener voor zijn medemensen.’8 Jonge broeders in de Aäronische priesterschap, ik wil jullie eraan herinneren dat onze hemelse Vader niet alleen wil dat jullie goed zijn, maar ook dat jullie ergens goed voor zijn; namelijk om anderen te dienen en tot zegen te zijn, en een weldoener voor jullie medemens.

In het evangelie van Lucas lezen we: ‘Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.’9 Aangezien ons streven naar volmaaktheid hier op aarde ook betekent dat we meer op de Heiland gaan lijken, moeten wij dus ook toenemen in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.

Als quorumactiviteiten en activiteiten voor de jongemannen en jongevrouwen zorgvuldig onder gebed gepland worden en besproken met de bisschap,10 zullen alle jongemannen en jongevrouwen in wijsheid toenemen doordat zij meer waardering voor de Schriften en de woorden van de levende profeten ontwikkelen, en deelnemen aan activiteiten die ‘deugdelijk, liefelijk, eervol of prijzenswaardig’ zijn.11

Overleg in het jongerencomité van de bisschap verschaft een hele generatie toekomstige leiders training doordat ze doelmatig in raden leren samenwerken.

Jongemannen, jullie zullen toenemen in grootte en lichamelijke kracht als jullie deelnemen aan volksdansen en sport, en gezonde, kameraadschappelijke competitie. Je zult in genade bij God toenemen als je deelneemt aan familiehistorisch onderzoek, je in de tempel voor je voorouders laat dopen, een getrouw huisonderwijzer bent, het kerkgebouw regelmatig opruimt, behoeftige mensen bezoekt en bijdraagt tot een nette buurt. Als je dat doet, ben je een voorbeeld van de woorden van koning Benjamin: ‘Wanneer gij in de dienst van uw naasten zijt, [zijt] gij louter in de dienst van God (…).’12 Een verstandige jongemannenleider zal activiteiten om geld in te zamelen minder benadrukken en meer nadruk leggen op onzelfzuchtig dienstbetoon.

Jullie zullen in genade bij mensen toenemen en je beter voorbereiden op een zending, het huwelijk en een toekomstige baan als je meer te weten komt over allerlei beroepen en meer zelfvertrouwen ontwikkelt door het houden van toespraken en door deelname aan toneelstukjes en talentenavonden.

Onze jeugdactiviteiten moeten een weerspiegeling zijn van onze opvatting dat ‘de mensen zijn, opdat zij vreugde mogen hebben,’13 en we moeten anderen graag in die vreugde laten delen. Niet lang geleden maakte ik kennis met een vrouw uit het oosten van Amerika die nu in de Salt Lake Valley woont. Zij is een toegewijd lid van een andere christelijke kerk en ik vroeg haar dus hoe ze het vond om tussen heiligen der laatste dagen te wonen. Ze zei: ‘Mijn man en ik kunnen het goed met iedereen vinden, maar ik maak me wat zorgen om onze tienerdochter. Elke woensdagavond rond zeven uur komt er een groepje meisjes uit onze buurt langs ons huis. Ze gaan dan kennelijk ergens naartoe. Maar ze hebben onze dochter nog niet een keer gevraagd om mee te gaan.’

Ik antwoordde: ‘Ha, u boft; ik ben in een positie om daar wat aan te doen.’ Ze gaf onmiddellijk de naam van haar dochter en hun adres, en ik nam contact op met de ringpresident en het hoofd van het seminarie.

Onze vrienden en buren zijn kinderen van een liefhebbende Vader in de hemel die graag wil dat zij allemaal bij Hem terugkeren. Mogen we tevreden zijn als niet alle leden van ons quorum op zondagochtend aanwezig zijn? En natuurlijk kunnen we aandacht geven aan de minderactieven en jongelui van een ander geloof, en hen hartelijk uitnodigen voor onze jongemannen- en jongevrouwenactiviteiten, seminarie, zondagsschoolklassen en avondmaalsdiensten.

Toen Joseph Smith en Oliver Cowdery onder de handen van Johannes de Doper, die was opgestaan, het Aäronisch priesterschap ontvingen, kregen zij ‘de sleutelen van de bediening van engelen’,14 en die hebben jullie ook gekregen toen je werd geordend. Ik bid dat jullie, fijne jongemannen, niet alleen zo zullen leven dat jullie dienende engelen kunnen ontvangen, maar dat jullie ook, evenals de jonge Wilford Woodruff, dienende engelen voor anderen zullen worden, als jullie met geloof ‘grote wonderen verrichten’ en daarbij een ‘grote weldoener’ voor je medemensen worden.

Satan wil jullie geloof verkleinen en jullie priesterschapsmacht om grote wonderen te verrichten afzwakken, maar een liefhebbende hemelse Vader heeft jullie van goddelijke bescherming voorzien door de gave van de Heilige Geest. In het eerste hoofdstuk van het Boek van Mormon zien we dat Lehi, toen hij de Schriften las, ‘werd (…) vervuld van de Geest des Heren.’15 Nephi belooft ons later: ‘Verheugt u in Christus’ woorden, want Christus’ woorden zullen u alles zeggen, wat gij moet doen.’16

Misschien sta je voor beslissingen betreffende een zending, je toekomstige carrière en, uiteindelijk, je huwelijk. Als je de Schriften leest en om leiding bidt, zie je het antwoord misschien niet echt in de vorm van gedrukte woorden op de bladzijde, maar als je leest, zul je duidelijke indrukken ontvangen, en ingevingen, en, zoals beloofd, zal de Heilige Geest je ‘alles zeggen, wat [je] (…) moet doen.’17

Satan zou graag zien dat je je keuzevrijheid opgeeft voor verscheidene vormen van verslavend gedrag, maar een liefhebbende hemelse Vader heeft je door zijn profeet, Jesaja, beloofd dat Hij je, als je oprecht vast, en je lichamelijke verlangens beheerst, de boeien der goddeloosheid zal helpen losmaken en de banden van het juk zal helpen ontbinden.18 Zorg dat door vasten die belofte aan jou wordt vervuld. Als we leeg zijn, is er meer plaats voor de volheid van het evangelie. Een lege maag gaat vooraf aan een vervulde geest.

Door schriftstudie en vasten, voorafgegaan en gevolgd door gebed, wordt de nacht dag.19 Het hele leven van de profeet Joseph Smith is een bewijs van de kracht van gebed en de vervulling van de belofte van de Heer: ‘Indien gij zult bidden, zult gij openbaring op openbaring ontvangen.’20 Een van de belangrijke openbaringen die je zult ontvangen, is inzicht hoe je het beste anderen die zijn afgedwaald, kunt bereiken. Daarbij is het goed om de wijze raad van president Hinckley in gedachte te houden: ‘De Heilige Geest getuigt van de waarheid, Hij kan mensen iets leren wat ze elkaar niet kunnen leren.’21

President Hinckley beschouwt goede vrienden als een van de basisingrediënten bij het behoud van nieuwe leden en het terugwinnen van minderactieven. Robert Browning heeft het welsprekend als volgt beschreven:

Als ik uitverkoren was, net als jij,

dan zou ik mezelf met liefde omgeven, en een wal

van kameraden optrekken; dan zal

ik niet kunnen falen, onder het oog

van vrienden die mijn zaak tot de hunne hebben gemaakt.22

Later in zijn leven heeft Wilford Woodruff als president van de kerk verklaard: ‘Het maakt niet uit of iemand priester of apostel is, zolang hij zijn roeping grootmaakt. Een priester heeft de sleutels van de bediening van engelen. Ik heb in mijn hele leven, als apostel, als zeventig, als ouderling, nooit meer bescherming van de Heer genoten dan toen ik het ambt van priester droeg. De Heer heeft mij door visioenen, openbaringen en door de Heilige Geest veel zaken geopenbaard die in het verschiet lagen.’23

Geliefde broeders, ik bid dat wij allen, door ons geloof, ons priesterschap zullen gebruiken om grote wonderen te verrichten door het evangelie te verkondigen en anderen te dienen, zodat we een grote weldoener voor onze medemensen mogen worden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Zie Matthias F. Cowley, Wilford Woodruff: History of His Life and Labors (1909), blz. 47.

  2. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 50.

  3. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 50.

  4. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 58.

  5. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 70–86.

  6. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 99–113; 114–128; 129–146.

  7. Geciteerd in Cowley, Wilford Woodruff, blz. 119.

  8. Mosiah 8:18.

  9. Lucas 2:52.

  10. Handboek kerkbestuur, Boek 2: leidinggevenden in priesterschap en hulporganisaties (1998), blz. 318–319.

  11. Geloofsartikelen 1:13.

  12. Mosiah 2:17.

  13. 2 Nephi 2:25.

  14. LV 13:1.

  15. 1 Nephi 1:8–12.

  16. 2 Nephi 32:3.

  17. 2 Nephi 32:5.

  18. Zie Jesaja 58:6.

  19. ‘Dacht gij aan ’t gebed?’, lofzang 96.

  20. LV 42:61.

  21. Gordon B. Hinckley, ‘De Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, Liahona, maart 1998, blz. 8.

  22. ‘Paracelsus’, The Poetical Works of Robert Browning, 2 delen (1902), deel 1, blz. 25.

  23. ‘Discourse’, Millennial Star, 5 delen, 5 oktober 1891, blz. 628–629.