2002
O, vast als een rotssteen
Juli 2002


O, vast als een rotssteen

‘Onze geloofsfundering, als die stevig in eeuwige waarheid is verankerd, stelt ons in staat om met een eeuwig perspectief het oneindige aan te raken.’

Toen er ongeveer twintig jaar geleden een tempel in Mexico-Stad werd gebouwd, hadden de architecten een probleem. Omdat Mexico-Stad boven een ondergronds waterbassin is gebouwd, verzakken sommige gebouwen in de loop der tijd. Er moest voor de tempel een speciale fundering worden gebouwd. Er werden 221 grote palen van gewapend beton1 meer dan dertig meter in de grond geheid. Op die palen werden stalen banden bevestigd en aan een unit vastgemaakt die kan worden versteld om het gebouw waterpas te houden.2 Met deze onzichtbare, maar vaste, fundering staat deze tempel tegenwoordig stevig en recht.

Een stevige fundering is voor ieder gebouw, iedere instelling en ieder mens noodzakelijk om stand te houden. Laten we met dat in gedachten de fundering van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen eens onder de loep nemen. En laten we vervolgens eens kijken hoe de stevige fundering van de kerk onze fundering van geloof als lid van de kerk ondersteunt.

I. DE FUNDERING VAN DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN

Deze kerk staat op een unieke fundering, die op het fundament van eeuwige waarheid is verankerd. Broeders en zusters, het goede doel waarvoor wij werkzaam zijn, is niet in 1820 in de staat New York begonnen. Het is ook niet in Betlehem begonnen. Het is niet in de hof van Eden begonnen. De fundering van het eeuwig evangelie was al vóór de grondlegging van de wereld gelegd.

Deze realiteit wordt herhaaldelijk in de heilige Schriften bevestigd. Ik heb de Schriften geraadpleegd over de eeuwigheid die al bestond voordat de aarde werd geschapen. Maak u geen zorgen. Ik zal niet alle teksten citeren. Maar ik wil wel een aantal citaten aan de gepubliceerde tekst van deze boodschap toevoegen. Deze onzichtbare en eeuwige waarheden vormen ‘voorsterfelijke palen’ die het fundament van deze kerk ondersteunen.

Het plan van verlossing en de mogelijkheid om een erfgoed in het koninkrijk van God te krijgen

Het heilsplan was al vóór de grondlegging van de aarde voorbereid.3 Het omvatte de glorierijke mogelijkheid om een erfgoed in het koninkrijk van God te beërven.4

De verzoening van Jezus Christus

De verzoening van Jezus Christus was de kern van het plan. In vooraardse raden werd Hij door zijn Vader geordend om voor onze zonden de verzoening tot stand te brengen en de banden van de lichamelijke en geestelijke dood te verbreken.5 Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben het, die sedert de grondlegging der wereld bereid was om mijn volk te verlossen. (…) In Mij zal het ganse mensdom, namelijk zij, die in mijn naam zullen geloven, licht hebben, en wel voor eeuwig.’6 Later heeft Paulus gezegd dat de kerk is ‘gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.’7

Tegenwerking van Satan

Zelfs voordat de wereld werd geschapen, werd de Heer al door Satan tegengewerkt.8 Hij en zijn volgelingen hebben zich altijd tegen het heilige werk van de Heiland verzet, en zullen dat blijven doen.

Voorsterfelijke ordening en verlening van het priesterschap

Vóór de grondlegging van de wereld leefden wij allemaal als geestkinderen bij onze Vader in de hemel. Onder ons bevonden zich edele en grote mannen die in het voorsterfe-lijk bestaan waren geordend om het priesterschap te ontvangen.9 Abraham,10 Jeremia,11 Joseph Smith12 en anderen13 waren voorbestemd om profeten van God te worden. Er werd ook voorzien dat het bloed van de profeten voor deze heilige zaak vergoten zou worden.14 De manier waarop het priesterschap verleend zou worden, zou van de vaderen komen ‘sedert het begin van de tijd, [zelfs] van voor de grondlegging der aarde’.15

Zusters in staat gesteld om God te verheerlijken

Zusters hebben bijzondere gaven ontvangen. Volgens de Heer zijn zij in staat gesteld ‘om zich overeenkomstig mijn gebod te vermenigvuldigen en de aarde te vervullen, en ter vervulling der belofte, die door mijn Vader werd gegeven vóór de grondlegging der wereld, (…) voor haar verhoging in de eeuwige werelden, opdat zij de zielen van mensen mogen baren; hiermede wordt het werk van mijn Vader voortgezet, opdat Hij moge worden verheerlijkt.’16 Denk daar eens over na: als een moeder een kind baart en verzorgt, helpt ze niet alleen de aarde aan haar schepping voldoen17, maar verheerlijkt zij God!

Verbondskinderen

Verbondskinderen werden in de voorsterfelijke wereld aangesteld. Paulus heeft gezegd dat de Heer ons heeft ‘uitverkoren vóór de grondlegging der wereld’.18

Zegeningen gebaseerd op gehoorzaamheid aan de wet

Toen werden er voorwaarden vastgelegd aan de hand waarvan wij zegeningen van God konden ontvangen — door gehoorzaamheid aan de wetten waarop die zegeningen zijn gegrond.19

Heilige zaken die in de laatste dagen geopenbaard zullen worden

Een andere paal heeft te maken met de openbaringen die voor de laatste dagen zijn bewaard. De Heer had al van tevoren bedacht dat Hij ‘zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.’20 Deze zaken omvatten openbaringen die in het Boek van Mormon staan.21 Ze omvatten ook verordeningen en verbonden van de heilige tempel.22 Tegen de profeet Joseph Smith heeft de Heer gezegd: ‘Het behaagt Mij mijn kerk dingen te openbaren, die van voor de grondlegging der wereld verborgen zijn gehouden, dingen, die tot de bedeling van de volheid der tijden behoren.’23

Verlossing van de doden

De Heer heeft geopenbaard dat ‘de verordening van het dopen voor de doden (…) reeds vóór de grondlegging der wereld werd ingesteld.’24 Het eeuwig heil kwam daardoor binnen het bereik van de mensen die ‘zonder een kennis van het evangelie zouden sterven.’25 Er werd een verbinding tussen generaties gelegd, waardoor er een volledige en volmaakte samensmelting van generaties, sleutels, machten en heerlijkheden zou plaatsvinden.26

Broeders en zusters, deze onzichtbare palen waren al vóór de schepping van de wereld geplaatst. Zij ondersteunen het eeuwig evangelie — dat nu in haar volheid is hersteld.27 Met zo’n fundering zal deze kerk niet van haar plaats verwijderd kunnen worden28, ook niet in het millennium.29

II. DE FUNDERING VAN DE LEDEN VAN DE KERK

Net als gebouwen en instellingen een fundering hebben, hebben wij als personen een fundering die ons geloof ondersteunt. Sommige zijn zwak, andere zijn sterk. We kunnen wankelen als ‘een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt’30, of we kunnen op een stevige fundering staan en ons verankeren aan de banden van geestelijk staal, die aan de eeuwige palen van het evangelie zijn bevestigd.31

President Gordon B. Hinckley heeft gezegd dat onze nieuwe leden in de kerk gesteund moeten worden door een vriend en een roeping, en door het goede woord van God gevoed moet worden.32 We zingen vaak: ‘O, vast als een rotssteen, is Gods heilig woord! Geeft acht, volgt het na, gij die ‘t reeds hebt gehoord.’33 Als we die koesterende woorden van God ontvangen, verlustigen wij ons in zijn liefde.34

Onthoud ‘dat u op de rots van onze Verlosser, de Christus, de Zoon van God, uw fundament moet bouwen, opdat, wanneer de duivel zijn krachtige winden zendt, (…) wanneer al zijn hagel en zijn krachtige storm u zullen striemen, dit geen macht (…) zal hebben, om u mede te sleuren naar de golf van ellende en eindeloos wee, en dit wegens de rots, waarop gij zijt gebouwd, die een vast fundament is.’35

Zelfs een stevig fundament kan geen problemen in het dagelijks leven voorkomen. Eigenzinnige kinderen kunnen de ouders verdriet doen. Sommige ontwrichte gezinnen zijn niet meer te herstellen. Homoseksuele neigingen worden slecht begrepen. Gehuwde paren krijgen om de een of andere reden geen kinderen. Zelfs in onze tijd worden de schuldigen en goddelozen niet gestraft wegens hun geld.36 Sommige dingen lijken zo oneerlijk.37

Met een stevige fundering zijn we echter beter in staat om de Heer om hulp te vragen, ook als onze vragen niet beantwoord worden. De dichter heeft geschreven:

Ik weet niet wie U bent,

Maar ik en de mijnen

weten dat U het zevengesternte

helder laat schijnen;

U laat de winden waaien

Zwoel en koud;

U hebt een gekleurde muur

tussen dag en nacht gebouwd;

U laat de bloemen bloeien

En de sterren schijnen;

Zeldzame edelstenen

verborgen in de mijnen;

Maar ’t voornaamst van al uw werk,

oppermachtig in uw plan,

Is ’t vermogen dat de mens,

naar u opkijken kan.38

Hoewel we niet alles weten,39 weten we dat God leeft en ons liefheeft.40 Op die vaste rotssteen kunnen we Hem om hulp vragen en de kracht vinden om de zware lasten van het leven te dragen.

Ik heb bijvoorbeeld bewondering voor de jonge mensen die met vast geloof in hun Schepper de problemen van het ouderschap onder ogen zien. In een gezin dat zuster Nelson en ik goed kennen, werd onlangs een zoon geboren. Dit kind had verscheidene afwijkingen waardoor al zijn lichaamsdelen werden aangetast. In de eerste week van zijn leven moest hij twee keer geopereerd worden. En hij zal nog meer operaties moeten ondergaan. Toen ik met de ouders van het kind sprak, vroegen zij niet: ‘Waarom moet ons dit nu overkomen?’ Maar zij zeiden: ‘Wij weten dat dit kind voor ons is bestemd. God heeft ons deze bijzondere baby toevertrouwd. Wij zullen ons uiterste best doen om hem lief te hebben en te verzorgen.’ Ik wil de Heer bedanken voor zulke ouders!

Nog niet zo lang geleden overleed de echtgenoot van een goede kennis van ons, plotseling en zonder waarschuwing. Haar zus heeft het volgende over haar opgeschreven: ‘Nu zij terugkijkt op de afgelopen jaren en dagen, erkent ze dat onze liefdevolle Vader haar specifieke vaardigheden en ervaringen heeft gegeven, die aanvankelijk niet belangrijk leken, maar die haar succesvol op dit hartverscheurende verlies hebben voorbereid. In plaats van verlaten en bitter voelt ze zich gekoesterd en verzorgd. (…) Ze heeft tegen mij gezegd: “Als ik zie hoe zorgvuldig onze hemelse Vader mij hierop heeft voorbereid, hoe kan ik me dan zorgen over de toekomst maken? Hij heeft in alles voorzien wat ik nodig heb om de onzekere toekomst onder ogen te zien.”’41

Ik heb een onvergetelijke brief van een zendeling ontvangen. Hij schreef: ‘Ik weet nog steeds niet waarom ik [kanker] had gekregen, vooral in de tijd dat ik voor de Heer op zending ben, maar ik kan oprecht en eerlijk zeggen dat ik mijn genadige hemelse Vader eeuwig dankbaar ben voor die ervaring. Er gaat geen dag voorbij,’ vervolgt hij, ‘dat ik niet aan de dagen denk dat ik in het ziekenhuis lag, ziek was van de chemotherapie en pijn leed door een operatie. (…) Er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk aan de dagen dat ik de Schriften bestudeerde, vooral het Boek van Mormon, en me de overweldigende gevoelens van troost en gemoedsrust herinner. (…) Er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk aan de dagen dat ik de Schriften bestudeerde, vooral het Boek van Mormon, en me de overweldigende gevoelens van troost en gemoedsrust herinner. Ik denk vaak aan de avonden dat ik voor het slapen gaan mijn hart voor mijn hemelse Vader uitstortte en Hem bedankte dat Hij mijn leven had gered.’ Toen vertelde de zendeling mij het geweldige nieuws: ‘Ik ben deze week weer bij de dokter geweest, en (…) hij heeft geen spoor van ziekte in mijn lichaam kunnen vinden.’42 Ik houd van zulke trouwe zendelingen!

O, vast als een rotssteen? De fundering van deze kerk is al vóór de schepping van de wereld gelegd. Hij is sterk. Hij is waar. Hij is eeuwig. Onze geloofsfundering, als die stevig in eeuwige waarheid is verankerd, stelt ons in staat om met een eeuwig perspectief het oneindige aan te raken.43 Dat geloof geeft hoop als er geen hoop is. Het zal ons hier vreugde en hierna eeuwig leven brengen. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Iedere paal was 45 centimeter dik.

  2. Zie John Forres O’Donnal, Pioneer in Guatemala (1997), blz. 288.

  3. Zie 1 Nephi 10:18; Mosiah 15:19; Alma 12:25, 30; 18:39; 22:13–14; 42:26; LV 76:12–13.

  4. Tegen het volk in de oude wereld heeft de Heer gezegd: ‘Komt gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.’ (Matteüs 25:34.) De mensen in het oude Amerika kregen ook te horen dat ‘zij, die in de Heilige Israëls hebben geloofd, (…) het koninkrijk Gods [zullen] beërven, dat van de grondlegging der wereld af voor hen was bereid’ (2 Nephi 9:18; zie ook Ether 4:19).

  5. Zie Johannes 17:5, 24; 1 Petrus 1:19–20; Mosiah 4:6–7; 18:13; 3 Nephi 26:3–5; LV 93:7–9; Moses 5:57; JST, Genesis 5:43; 14:30–31.

  6. Ether 3:14.

  7. Efeziërs 2:20.

  8. Zie JST, Openbaring 12:6–8.

  9. Zie Alma 13:3, 5, 7; LV 132:28; 138:55–56; Abraham 3:22–23.

  10. Zie Abraham 3:23.

  11. Zie Jeremia 1:4–5.

  12. Zie 2 Nephi 3:5–15; LV 127:2; 138:53–55.

  13. Zie LV 138:53.

  14. Zie Lucas 11:49–51.

  15. Abraham 1:3.

  16. LV 132:63.

  17. Zie LV 49:16–17.

  18. Efeziërs 1:4; zie ook vers 5. Paulus heeft ook gezegd dat de macht van God ‘ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, (…) die ons in Christus Jezus gegeven is, vóór eeuwige tijden’ (2 Timoteüs 1:9; zie ook LV 38:1–4; Abraham 3:22–26). Het is belangrijk om te weten dat het Boek van Mormon is geschreven ‘om aan het overblijfsel van het huis van Israël te tonen welke grote dingen de Heer voor hun vaderen heeft gedaan, en opdat zij kennis mogen verkrijgen van de verbonden des Heren’ (Titelblad van het Boek van Mormon).

  19. Zie LV 130:20–21, 132:5, 11–12.

  20. Matteüs 13:35.

  21. Zie 2 Nephi 27:10.

  22. Zie LV 124:40–41.

  23. LV 124:41.

  24. LV 124:33.

  25. LV 128:5.

  26. Zie LV 128:18.

  27. Zie Handelingen 3:20–21.

  28. See Daniël 2:28, 31–44; LV 65:2–6; 124:45.

  29. Zie Bruce R. McConkie, The Millennial Messiah (1982), blz. 672.

  30. Jakobus 1:6.

  31. Zie Efeziërs 3:17–19; Kolossenzen 2:6–7.

  32. Zie ‘Een paar gedachten over de tempels, bekeerlingen en zendingswerk’, De Ster, januari 1998, blz. 56, zie Jakob 6:7; Moroni 6:4.

  33. Lofzang 53; zie ook 2 Nephi 28:27–30.

  34. Zie Jakob 3:2.

  35. Helpman 5:12. Vergeet ook niet dat een wijs man zijn huis op een rots bouwt en niet op zand. (Zie Matteüs 7:24–27).

  36. Zie Helpman 7:5.

  37. Of dingen ‘eerlijk’ lijken is afhankelijk van de beperkingen van ons perspectief. De apostel Paulus heeft gezegd: ‘Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.’ (1 Korintiërs 15:19.)

  38. Harry Kemp, ‘God the Architect’, James Dalton Morrison, samenstelling, Masterpieces of Religious Verse, (1948), blz. 46–47.

  39. Vergeleken met de alwetendheid van onze Schepper weten we bijvoorbeeld relatief weinig over dinosaurussen of de details van de schepping. Maar dit weten we wel: ‘Ja, voorwaar zeg Ik u: Te dien dage, wanneer de Here zal komen, zal Hij alle dingen openbaren — dingen, die voorbij zijn gegaan, en verborgen dingen, die geen mens wist, dingen met betrekking tot de aarde, waardoor deze werd gemaakt, en het doel en oogmerk er van — hoogst waardevolle dingen, dingen, die boven zijn, en dingen, die beneden zijn, dingen, die in de aarde zijn, en op de aarde, en in de hemel’ (LV 101:32–34; zie ook 121:29–32).

  40. Zie 1 Nephi 11:16–17.

  41. Virginia H. Pearce, Why I Believe (2002), 245–246.

  42. Privé-correspondentie, 15 januari 2002.

  43. Onze aardse proeftijd wordt wel vergeleken met het tweede bedrijf van een toneelstuk met drie bedrijven. Als het doek na het tweede bedrijf valt, is het toneelstuk nog niet afgelopen. Zonder de informatie uit het eerste en derde bedrijf, kan het tweede bedrijf te kort, te lang, te moeilijk of te verwarrend lijken. Als we alle drie bedrijven hebben gezien, krijgt het tweede bedrijf meer betekenis. Daarom is een eeuwig perspectief zo belangrijk.