2002
Dat kan mij niet gebeuren
Juli 2002


Dat kan mij niet gebeuren

‘Jullie toekomst bevat misschien geen roem of rijkdom, maar kan veel duurzamer en bevredigender zijn. Vergeet niet dat ons leven tot in de eeuwigheid reikt.’

Dragers van het priesterschap van God, broeders, de taak om vanavond tot u te spreken drukt zwaar op mij. Ik heb om inspiratie en leiding gebeden, en ik hoop dat u mij zult begrijpen.

Sommige mannen denken dat ze onoverwinnelijk zijn, maar dat is een fabel. Te veel mannen denken dat ze van staal zijn, dat ze sterk genoeg zijn om alle verleidingen te weerstaan. Ze spiegelen zichzelf voor: ‘Dat kan mij niet gebeuren.’ Bertrand Russell heeft gezegd: ‘Wij lijken allemaal op de kalkoen die op Thanksgiving ’s morgens wakker wordt en zoals gewoonlijk zijn kostje verwacht. Maar ieder moment kan er iets verkeerd gaan.’1 Broeders, ‘dat’ kan ons allemaal op enig moment overkomen. Onze levenskoers wordt enorm beïnvloed door krachten die we slechts gedeeltelijk onderkennen.

President Charles W. Penrose heeft het verhaal verteld van een officier op de Titanic die beweerde dat er geen vrees voor ‘God, mens of duivel’ was, omdat de Titanic zo stevig gebouwd was dat die een aanvaring met andere schepen, of contact met enige andere kracht, zou weerstaan, waaronder ijsbergen.2 De Titanic was drie voetbalvelden lang, twaalf verdiepingen hoog en gebouwd van het beste staal. Op die beslissende avond op 14 april 1912 waarschuwden andere schepen voor ijsbergen. Maar de Titanic voerde de snelheid op en sneed door de koude Atlantische Oceaan. Toen de uitkijk de ijsberg zag, was het te laat. De Titanic kon die niet meer ontwijken, de ijsberg schuurde langs de stuurboordzijde, waardoor het schip leksloeg. Twee uur en veertig minuten later zonk de gloednieuwe Titanic naar de bodem van de oceaan. Ruim vijftienhonderd mensen verdronken.

Een achtste deel van een ijsberg bevindt zich meestal boven de waterlijn. Het ijs in de koude kern is zeer compact en houdt zeven achtste van de ijsberg onder water. Voor ons geldt hetzelfde als de Titanic en de ijsbergen. We zien vaak maar een deel van het gevaar dat ons te wachten staat.

In de geschiedenis zijn veel voorbeelden te vinden van getalenteerde en bekwame mensen die in een moment van zwakte hun veelbelovende leven verspeelden. Koning David is daar een tragisch voorbeeld van. Als jongeman was hij knap, moedig en gelovig. Hij versloeg de angstaanjagende reus Goliat. Hij werd koning. Hij bezat alles wat een mens kon verlangen. Maar toen hij Batseba zag, begeerde hij haar, hoewel zij met een ander getrouwd was. Hij stuurde haar man, de Hittiet Uria, naar het front in de hoop dat hij gedood zou worden. Uria werd inderdaad in de strijd gedood en David trouwde met Batseba. Door deze slechte daad verloor David zijn geestelijk erfgoed.3 Niettegenstaande al het goede dat David had bereikt, werd veel van zijn werk tenietgedaan omdat hij aan een ernstige persoonlijke zwakheid toegaf.

Ik hoorde een man een keer tegen zijn zoons zeggen: ‘Ik kan dichter bij de afgrond rijden dan jullie, omdat ik meer rijervaring heb.’ Hij dacht dat hij het voor het zeggen had, maar hij sloot zijn ogen voor het werkelijke gevaar. ‘Als wij ervaring als leidraad gebruiken, lopen we het gevaar dat we eindexamen moeten afleggen voordat we alle lessen hebben gehad!’4 Sommige mensen denken dat ze door hun leeftijd en ervaring beter in staat zijn om verleidingen te weerstaan. Dat is niet waar.

Ik kan me nog herinneren dat president J. Reuben Clark jr. een keer vertelde dat een van zijn kinderen met iemand zou uitgaan. Hij zei dat ze op een bepaalde tijd thuis moesten komen. Geïrriteerd door die voortdurende, hardnekkige regel, zei de tiener: ‘“Wat is er aan de hand, pa, vertrouw je me niet?”

‘Zijn antwoord moet opzien hebben gebaard. Hij zei: “Nee, [mijn kind], ik vertrouw je niet. Ik vertrouw mezelf niet eens.”’5

Om ervoor te zorgen dat sommige dingen ons niet zullen gebeuren, stel ik voor dat wij de raad van president Kimball opvolgen: ‘Ontwikkel zelfdiscipline zodat u steeds minder hoeft te beslissen en niet opnieuw moet beslissen wat u zult doen wanneer u telkens weer met dezelfde verleiding geconfronteerd wordt. Sommige dingen hoeven we maar één keer te beslissen. Wat een grote zegen is het om niet steeds met een bepaalde verleiding te hoeven worstelen. Dat is namelijk tijdverslindend en zeer gevaarlijk.’6

Iemand kan rationeel denken: ‘Eén keer drugs gebruiken zal me niet schaden.’ Dat klinkt misschien ongevaarlijk, maar weet wel hoe effectief drugs zijn. Ik citeer een gebruiker: ‘Drugsgebruik is niet in bedwang te houden. Je wordt erdoor beheerst. De eerste keer voel je meestal niet zoveel. Maar juist dan word je erdoor gegrepen.’7

‘Het is maar één sigaret — alleen maar om te proeven.’ Maar pas op voor het gevaar dat op de loer ligt. Nicotine is uiterst verslavend.8 Slechts vier sigaretten kunnen al genoeg zijn om ervoor te zorgen iemand (…) een geregelde roker wordt.9

‘Maar één biertje.’ We weten niet hoe snel we aan alcohol verslaafd zullen raken, maar één drankje leidt al snel tot het volgende. Het is veel beter om nooit aan dat eerste drankje te beginnen. Dan weet je zeker dat je nooit zult drinken.

‘Ik koop maar één lot.’ Deze is subtieler dan enige andere verslaving. We kunnen denken dat gokken geen verslaving is omdat het geen middel is dat in ons lichaam terechtkomt. Maar iemand heeft onlangs geschreven: ‘Mensen die gokken, riskeren meer dan alleen geld. Hun leven en dat van hun familie staat op het spel.’10

‘Eén keer naar pornografie op internet kijken, of naar een foto in een pikant tijdschrift.’ Dat klinkt zo onschuldig, maar wat we zien is veel moeilijker uit ons lichaam te bannen dan wat we innemen. Veel gewetenloze misdadigers geven toe dat alles door aanstootgevende foto’s begonnen is.

Sommige mensen beweren dat ongepast amusement af en toe niet erg is. We worden er echter vaak door aangezet tot geweld, onbehoorlijk seksueel gedrag, vulgariteit, godslasterlijke taal en ander kwaad.

Ik heb uitvoerig gesproken over van alles wat ons niet mag overkomen. Laten we nu een aantal goede zaken bespreken waarvan we willen dat ze ons overkomen. Als wij ons uiterste best doen om succes te hebben, kunnen er goede, zelfs fantastische dingen gebeuren, die zelfs onze dierbaarste dromen en verwachtingen te boven gaan! Vaak hebben we geen idee wat ons potentieel voor geluk en succes in dit leven en de eeuwigheid is. De apostel Paulus heeft gezegd: ‘Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen.’11 Maar door de invloed van de Heilige Geest kan ons geestelijk perspectief verlicht en glashelder worden. De Heiland heeft beloofd dat de Trooster, de Heilige Geest, ons ‘alles leren’ zal en ons ‘te binnen [zal] brengen al wat Ik u gezegd heb,’12 en ons ‘de weg [zal] wijzen tot de volle waarheid.’13

Wij zullen moeten erkennen dat onze aangeboren gaven en vaardigheden beperkt zijn, maar als ze door de inspiratie en leiding van de Heilige Geest vergroot worden, zal ons potentieel aanzienlijk toenemen. Wij hebben de hulp nodig van een kracht die de onze te boven gaat om iets buitengewoon nuttigs tot stand te brengen. Jongemannen, jullie kunnen kansen en zegeningen krijgen die jullie stoutste dromen en verwachtingen te boven gaan. Jullie toekomst omvat misschien geen roem of rijkdom, maar kan veel duurzamer en bevredigender zijn. Vergeet niet dat ons leven tot in de eeuwigheid reikt.

Jongemannen, sommigen van jullie hebben misschien nog niet zo’n sterk getuigenis van de goddelijke oorsprong van de kerk als jullie ouders. Misschien zou je willen dat je net zo zeker wist dat Joseph Smith in een visioen God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, heeft gezien, en dat het Boek van Mormon daadwerkelijk van gouden platen is vertaald. Misschien twijfel je aan de wet van tiende, de wet van kuisheid of het woord van wijsheid. Dat is niet ongebruikelijk voor jongens van jullie leeftijd. Misschien is je geloof nog niet volledig beproefd. Je hebt misschien je geloof of je levenswijze nog niet hoeven verdedigen. Ik kan jullie verzekeren dat er grote dingen in je leven kunnen plaatsvinden. Je kunt een duurzaam getuigenis ontvangen dat dit de kerk van Jezus Christus is, en dat het evangelie door middel van de profeet Joseph Smith in zijn volheid op aarde is hersteld. Maar het kan zijn dat je dat getuigenis pas ontvangt als je geloof is beproefd.14

Jaren geleden riepen twee algemene autoriteiten een zeer jonge man om de nieuwe ringpresident te worden. De nieuwe ringpresident zei dat hij zich volledig aan zijn roeping zou toewijden en niet van de leden van zijn ring zou verwachten dat zij toegewijder zouden zijn dan hij. Toen gaf hij zijn getuigenis dat hij met heel zijn hart in het evangelie geloofde, en dat hij van plan was het na te leven.

Tijdens de lunch vroeg een van de algemene autoriteiten aan deze nieuwe ringpresident of hij absoluut zeker wist dat het evangelie waar is. Hij antwoordde dat dat niet het geval was. De senior-apostel zei tegen de andere apostel: ‘Hij weet het net zo zeker als u. Hij weet alleen niet dat hij het weet. Het zal niet lang meer duren voordat hij dat ook zal weten. (…) U hoeft zich geen zorgen te maken.’

Enige tijd later getuigde de nieuwe ringpresident na een geestelijke ervaring: ‘Ik stortte tranen van dankbaarheid omdat ik van de Heer een duurzaam, volmaakt en onvoorwaardelijk getuigenis heb ontvangen van de goddelijkheid van dit werk.’15

Velen van ons zijn zich niet volledig bewust van wat we daadwerkelijk weten. Hoewel we in het evangelie zijn onderricht, beseffen we misschien niet volledig wat de Heer in ons ‘binnenste’ heeft gelegd en ‘in [ons] hart’ heeft geschreven.16 Als jongemannen van het verbond zijn jullie erfgenamen van de grote beloften. Jullie hebben de kans om meer te worden dan de ‘houthakkers en de waterputters’.17

Ik beweer niet dat ik een absolute kennis heb van alle beginselen van het evangelie, maar ik heb een zeker getuigenis van de goddelijkheid en de bevoegdheid van deze kerk. Dat heb ik geleidelijk aan geleerd, regel op regel en voorschrift op voorschrift. Ik weet dat ik het weet, net zo zeker als dat ik weet dat u het weet. En dat kan ook u overkomen.

Kennis wordt door geloof verkregen. In onze tijd moeten we de waarheid leren kennen van alles wat er op de gouden platen stond, ook al hebben we ze niet gezien. In tegenstelling tot de drie en de acht getuigen kunnen wij ze niet zien en aanraken. Sommigen van de mensen die ze gezien en aangeraakt hebben, zijn de kerk niet trouw gebleven. Een engel zien is een enorme ervaring, maar het is veel belangrijker om door geloof en het getuigenis van de Geest kennis van de goddelijkheid van de Heiland te ontvangen.18

Ook u kunt te weten komen wat u als heldhaftige zoon van God in het voorsterfelijk bestaan wist. En dat kan ook u overkomen. Maar dat gebeurt niet automatisch. U moet uw geloof oefenen. Alleen als wij nederig zijn, bidden en ons uiterste best doen om alle geboden te onderhouden, zullen wij geestelijke kennis ontvangen en die helder laten schijnen.

Tijdens de openingsceremonie van de onlangs gehouden Olympische Spelen in Salt Lake City, hebben het Mormoons Tabernakelkoor en het Utah Symphony Orchestra een prachtig muziekstuk laten horen dat John Williams speciaal had gecomponeerd als officieel muzikaal thema voor de Olympische Spelen. Het heette ‘Call of the Champions’. Vanavond doe ik een beroep op de kampioenen. De inspirerende eerste woorden van het stuk zijn: citius (sneller), altius (hoger) en fortius (sterker), het officiële Olympische motto sinds 1924.

Priesterschapsdragers, we leven in een prachtige tijd. In de geschiedenis van de kerk zijn er nog nooit meer getuigen van de waarheid van dit heilige werk geweest. Zoals altijd zijn er mensen die kleineren en kritiek leveren. Maar de kerk is nog nooit hoger geklommen, is nog nooit sneller voorwaarts gegaan en is nog nooit sterker geweest voor de volbrenging van haar zending. Nu moeten wij allemaal opwaarts en voorwaarts gaan. In Gods werk moeten we ook sneller zijn, met urgentie aan het werk gaan; hoger gaan, naar verheven geestelijke doelen streven; en sterker zijn, op Gods kracht vertrouwen. En dat kan ook met u gebeuren.

De veiligste weg om de vreugde en de zegeningen van het leven te ontvangen, is het voorbeeld van onze profeet, president Gordon B. Hinckley, te volgen. Er is zoveel goeds door middel van de profeten uit het verleden tot stand gekomen, maar in deze tijd moeten we naar de stem van president Hinckley luisteren en gehoor geven aan zijn raad. Dan zullen we de meeste zegeningen ontvangen. Daarvan getuig ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. The Oxford Companion to Philosophy, onder redactie van Ted Honderich [1995], blz. 610.

  2. Zie Joseph Fielding Smith, Church History & Modern Revelation, 2 delen (1953), deel 1, blz. 25.

  3. Zie LV 132:39.

  4. Auteur onbekend, geciteerd in 1,911 Best Things Anybody Ever Said, samengesteld door Robert Byrne (1988), blz. 386.

  5. Aangehaald in The Teachings of Harold B. Lee, onder redactie van Clyde J. Williams (1996), blz. 629.

  6. President Kimball Speaks Out (1981), blz. 94.

  7. Guillermo D. Jalil, “Teen Addiction,” in Street-Wise Drug Prevention: A Realistic Approach to Prevent and Intervene in Adolescent Drug Use (1996), Internet, www.nodrugs.com.

  8. Zie U.S. Department of Education, ‘Growing Up Drug Free: A Parent’s Guide to Prevention, Part 2’, KidSourceOnline, www.kidsource.com.

  9. Zie Janet Brigham, ‘Tobacco: Quitting for Good’, Ensign, februari 2002, blz. 52.

  10. Shanna Ghaznavi, ‘Don’t Bet Your Life’, New Era, februari 2002, blz. 26.

  11. 1 Korintiërs 13:12.

  12. Johannes 14:26.

  13. Johannes 16:13.

  14. Zie Ether 12:6.

  15. Heber J. Grant, Gospel Standards, samenstelling, G. Homer Durham (1941), blz. 192–193.

  16. Zie Jeremia 31:33.

  17. Jozua 9:21.

  18. Zie Johannes 20:29.