2002
Gevoelig voor goddelijke raad
Juli 2002


Gevoelig voor goddelijke raad

‘Als we gevoelig zijn voor goddelijke raad, stellen we de volledige kracht en de zegeningen van de verzoening in werking.’

Ware discipelen van de Meester zijn gevoelig voor goddelijke raad. In slechts een paar woorden geeft Abraham ons veel inzicht in waarom hij zozeer gezegend werd. Hij ‘verlangde onderricht te ontvangen, en de geboden van God te onderhouden’1 Naar onderricht verlangen houdt meer in dan louter luisteren. Als ons verlangen naar onderricht sterker is dan onze drang om te blijven zoals we zijn, worden we gevoelig voor goddelijke raad.

Het is volgens president Brigham Young onze ‘eerste en voornaamste plicht om de Heer te zoeken totdat wij het communicatiekanaal van God naar onze ziel openstellen.’2 Kort na zijn dood verscheen Joseph Smith in een droom aan Brigham Young en droeg hem op: ‘Zeg de mensen dat ze nederig en getrouw moeten zijn en ervoor moeten zorgen dat ze de Geest van de Heer houden, dan zal die hen ten goede leiden. Pas goed op en wend de stille, zachte stem niet af; hij zal u leren wat te doen en waarheen te gaan; het zal u de vruchten van het koninkrijk opleveren.’3

Hoe ontsluiten we die kracht van goddelijk raad in ons leven? Allereerst moeten we ons openstellen voor onderricht. Hoewel velen hongeren en dorsten naar gerechtigheid, kunnen anderen tot nederigheid worden gedwongen.4 Sommigen van ons willen liever, in plaats van raad op te volgen of onszelf te veranderen, de regels veranderen. Naäman wilde beslist zijn melaatsheid kwijtraken, maar ging woedend weg toen de boodschapper van de profeet zei dat hij zich gewoon zevenmaal moest wassen in de Jordaan. Het was lastig, een kleinigheid, en hij vond dat de rivieren in zijn land beter waren dan de Jordaan. Maar zijn melaatsheid genas toen hij luisterde naar zijn dienaren, van gedachten veranderde en handelde ‘naar het woord van de man Gods’.5 Hem werd aangrijpend getoond dat er een profeet en een God in Israël waren. Ook wij moeten beseffen dat God bepalende wetten heeft en dat zijn wijsheid groter is dan de onze.6 Zelfs Mozes zei toen hij Gods grootheid en kunde had gezien: ‘De mens is niets, hetgeen ik nimmer had verondersteld.’7

Ten tweede moeten we ons verstand en ons hart afstemmen. Dat bereiken we door bidden, overdenken en geestesarbeid.8 Dat is echte arbeid. Het houdt in dat we actief zoeken, luisteren en de Schriften bestuderen. Wanneer we ons verootmoedigen en ons ontdaan hebben van hoogmoed, verzacht ons hart en kunnen we ons richten op hemelse raad en instructie. Lamoni’s vader, de machtige Lamanitische koning, maakte die verandering in gezichtspunt door, en wierp zich zelfs ter aarde om te tonen hoezeer hij God wilde leren kennen. Hij zei: ‘Ik zal al mijn zonden nalaten om U te kennen en opdat ik ten laatsten dage uit de doden moge worden opgewekt en zalig worden.’9

Ten derde moeten we gehoorzaam zijn aan de raad die we ontvangen. Alma zei: ‘(…) [Toets] mijn woorden en [oefen] een sprankje geloof (…).’10 Nephi zei eenvoudig: ‘Ik zal heengaan en doen (…).’11 Wat een nederige en gehoorzame houding toen hij op raad van zijn vader de koperen platen ging halen, toen hem gezegd werd waar hij moest jagen en toen hij een schip moest bouwen.12 In al die gevallen handelde hij in vertrouwen en ging hij door ‘tevoren niet wetende’13 wat hij moest doen of hoe het zou aflopen. Maar omdat wij keuzevrijheid hebben, is het leven soms een moeizame reis waarop we leren ons hart en verstand naar Gods waarheden te neigen. Niettemin is het zo, zoals president Thomas S. Monson heeft gezegd, dat ‘de Heer van ons verwacht dat we nadenken. Hij verwacht dat we in actie komen. Hij verwacht dat we aan het werk gaan.’14

Gevoelig worden goddelijke raad is een leerproces: regel op regel. Bij dat proces zetten we gedachten en gevoelens om in daden. Maar wat worden we beloond voor het oefenen van ons geloof als we het communicatiekanaal met de Heer openen. De Heer heeft gezegd: ‘(…) Gezegend zijn zij, die naar mijn voorschriften luisteren, en het oor lenen aan mijn raad, want zij zullen wijsheid verwerven.’15 Ook zei Hij: ‘En een ieder die naar de stem des Geestes luistert, komt tot God, ja, tot de Vader.’16

Ik herinner me dat ik een aantal jaren geleden mijn schoonvader, een ervaren bisschop, vroeg naar dat kaartje dat hij altijd in zijn borstzak meedroeg. Hij antwoordde dat hij soms ingevingen of influisteringen kreeg. En dan wilde hij dat kaartje kunnen pakken en die gedachten opschrijven op het moment dat ze hem invielen. Dan probeerde hij er zo snel mogelijk naar te handelen. Het stemt mij nederig als ik eraan denk dat de stille, zachte stem ons altijd wil laten weten wat we moeten doen en waarheen we moeten gaan. De Heer zegt dat we, als we gehoor geven aan die influisteringen, er vaak meer krijgen. Als we ze niet opvolgen, krijgen we er uiteindelijk minder.

Doordat we gevoelig worden voor goddelijke raad, krijgen we een nog groter getuigenis van de zorg die onze hemelse Vader voor ons heeft. We weten zeker dat ons leven verloopt volgens zijn wil.17 We hebben redenen om goed te doen, redenen om deugdzaam te zijn en redenen om ons gedrag te veranderen. Als we gevoelig zijn voor goddelijke raad, stellen we de volledige kracht en de zegeningen van de verzoening in werking. We worden gevoelig voor de influisteringen van de Heilige Geest zodat Christus door de rechtvaardige beginselen die de profeten ons leren en de waarheden uit de aarde dieper in ons leven kan doordringen.18 We worden zijn waarachtige discipelen.

Als we die waarheden met heel ons hart liefhebben, ontwikkelt zich een hechte band tussen ons en de Bron van waarheid zelf. ‘Want ontwikkeling voegt zich bij ontwikkeling; wijsheid ontvangt wijsheid; waarheid omhelst waarheid [en] deugd bemint deugd. (…)’19 Zo zullen we ontdekken dat waaraan we de meeste waarde hechten, datgene is wat we van de Heer geleerd hebben.

Ik getuig dat we bij monde van de profeet Joseph Smith talloze waarheidsgetrouwe openbaringen hebben ontvangen, die getuigen van het zoenoffer van Jezus Christus. Als we ervoor openstaan, zullen we duidelijker de openbaringen zien, horen en gehoorzamen die nog steeds voortduren door middel van onze levende apostelen, profeten, zieners en openbaarders. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Zie Abraham 1:2

  2. Leringen van kerkpresidenten — Brigham Young [1997], blz. 41.

  3. Geciteerd door Brigham Young, Leringen van kerkpresidenten — Brigham Young [1997], blz. 41.

  4. Zie Matteüs 5:6 en Alma 32:13.

  5. Zie 2 Koningen 5:1–14.

  6. Zie LV 93:30.

  7. Mozes 1:10.

  8. Zie Alma 17:5.

  9. Alma 22:17–18.

  10. Alma 32:27.

  11. 1 Nephi 3:7.

  12. Zie 1 Nephi 3:4, 16:23–32, 17:8–11.

  13. 1 Nephi 4:6.

  14. Zie Thomas S. Monson, ‘De reddende hand’, Liahona, juli 2001, blz. 58.

  15. 2 Nephi 28:30.

  16. LV 84:47.

  17. Zie Joseph Smith, Lectures of Faith [1985], blz. 38.

  18. Zie Mozes 7:62.

  19. LV 88:40.